Kolossenzen

Back Home Next

 

KJDictionary 1 2 3 4

NBG 1951

KJV 1611

STATEN 1637

KO 1:1 Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, en Timoteüs onze broeder,

1 Paul, an apostle of Jesus Christ by the will of God, and Timotheus [our] brother,

1 Paulus, een apostel van Jezus Christus, door de wil van God, en Timotheus, de broeder,

KO 1:2 aan de heilige en gelovige broeders in Christus te Kolosse: genade en vrede zij u van God, onze Vader.

2 To the saints and faithful brethren in Christ which are at Colosse: Grace [be] unto you, and peace, from God our Father

2 Den heiligen en gelovige broederen in Christus, die te Kolosse zijn: genade zij u en vrede van God, onzen Vader,

 

and the Lord Jesus Christ.

en den Heere Jezus Christus.

KO 1:3 Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus [Christus], te allen tijde bij ons bidden voor u,

3 We give thanks to God and the Father of our Lord Jesus Christ, praying always for you,

3 Wij danken den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, altijd voor u biddende;

KO 1:4 daar wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gij al de heiligen toedraagt,

4 Since we heard of your faith in Christ Jesus, and of the love [which ye have] to all the saints,

4 Alzo wij van uw geloof in Christus Jezus gehoord hebben, en van de liefde, die [gij hebt] tot alle heiligen.

KO 1:5 om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen. Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking der waarheid, het evangelie,

5 For the hope which is laid up for you in heaven, whereof ye heard before in the word of the truth of the gospel;

5 Om de hoop, die u weggelegd is in de hemelen, van welke gij te voren gehoord hebt, door het Woord der waarheid, [namelijk] des Evangelies;

KO 1:6 dat tot u gekomen is. Immers, in de gehele wereld draagt het vrucht en wast het op, zoals ook bij u, sedert de dag, dat gij het gehoord hebt en de genade Gods in waarheid hebt leren kennen;

6 Which is come unto you, as [it is] in all the world; and bringeth forth fruit, as [it doth] also in you, since the day ye heard [of it], and knew the grace of God in truth:

6 Hetwelk tot u gekomen is, gelijk ook in de gehele wereld, en het brengt vruchten voort, gelijk ook onder u, van dien dag af dat gij gehoord hebt, en de genade Gods in waarheid bekend hebt.

KO 1:7 zoals gij het vernomen hebt van Epafras, onze geliefde mededienstknecht, die voor u een getrouw dienaar van Christus is,

7 As ye also learned of Epaphras our dear fellowservant, who is for you a faithful minister of Christ;

7 Gelijk gij ook geleerd hebt van Epafras, onzen geliefden mededienstknecht, dewelke een getrouw dienaar van Christus is voor u;

KO 1:8 en ons ook kenbaar gemaakt heeft uw liefde in de Geest.

8 Who also declared unto us your love in the Spirit.

8 Die ons ook verklaard heeft uw liefde in den Geest.

KO 1:9 Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht,

9 For this cause we also, since the day we heard [it], do not cease to pray for you, and to desire that ye might be filled with the knowledge of his will in all wisdom and spiritual understanding;

9 Waarom ook wij, van dien dag af dat wij het gehoord hebben, niet ophouden voor u te bidden en te begeren, dat gij moogt vervuld worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand;

KO 1:10 om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God.

10 That ye might walk worthy of the Lord unto all pleasing, being fruitful in every good work, and increasing in the knowledge of God;

10 Opdat gij moogt wandelen waardiglijk den Heere, tot alle behagelijkheid, in alle goede werken vrucht dragende, en wassende in de kennis van God;

KO 1:11 Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht zijner heerlijkheid tot alle volharding en geduld,

11 Strengthened with all might, according to his glorious power, unto all patience and longsuffering with joyfulness;

11 Met alle kracht bekrachtigd zijnde, naar de sterkte Zijner heerlijkheid, tot alle lijdzaamheid en lankmoedigheid, met blijdschap;

KO 1:12 en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht.

12 Giving thanks unto the Father, which hath made us meet to be partakers of the inheritance of the saints in light:

12 Dankende den Vader, Die ons bekwaam gemaakt heeft, om deel [te hebben] in de erve der heiligen in het licht;

KO 1:13 Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde,

13 Who hath delivered us from the power of darkness, and hath translated [us] into the kingdom of his dear Son:

13 Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde;

KO 1:14 in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.

14 In whom we have redemption through his blood, [even] the forgiveness of sins:

14 In Denwelke wij de verlossing hebben door Zijn bloed, [namelijk] de vergeving der zonden;

KO 1:15 Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping,

15 Who is the image of the invisible God, the firstborn of every creature:

15 Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen.

KO 1:16 want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;

16 For by him were all things created, that are in heaven, and that are in earth, visible and invisible, whether [they be] thrones, or dominions, or principalities, or powers: all things were created by him, and for him:

16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;

KO 1:17 en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem;

17 And he is before all things, and by him all things consist.

17 En Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem;

KO 1:18 en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is.

18 And he is the head of the body, the church: who is the beginning, the firstborn from the dead; that in all [things] he might have the preeminence.

18 En Hij is het Hoofd des lichaams, [namelijk] der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.

KO 1:19 Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken,

19 For it pleased [the Father] that in him should all fulness dwell;

19 Want het is [des Vaders] welbehagen geweest, dat in Hem al de volheid wonen zou;

KO 1:20 en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.

20 And, having made peace through the blood of his cross, by him to reconcile all things unto himself; by him, [I say], whether [they be] things in earth, or things in heaven.

20 En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, door Hem, [zeg ik], alle dingen verzoenen zou tot Zichzelven, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn.

KO 1:21 Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend,

21 And you, that were sometime alienated and enemies in [your] mind by wicked works, yet now hath he reconciled

21 En Hij heeft u, die eertijds vervreemd waart, en vijanden door het verstand in de boze werken, nu ook verzoend,

KO 1:22 in het lichaam zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk vóór Zich te stellen,

22 In the body of his flesh through death, to present you holy and unblameable and unreproveable in his sight:

22 In het lichaam Zijns vleses, door den dood, opdat Hij u zou heilig en onberispelijk en onbeschuldiglijk voor Zich stellen;

KO 1:23 indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie, dat gij gehoord hebt en dat verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.

23 If ye continue in the faith grounded and settled, and [be] not moved away from the hope of the gospel, which ye have heard, [and] which was preached to every creature which is under heaven; whereof I Paul am made a minister;

23 Indien gij maar blijft in het geloof, gefondeerd en vast, en niet bewogen wordt van de hope des Evangelies, dat gij gehoord hebt, hetwelk gepredikt is onder al de kreature, die onder den hemel is; van hetwelk ik Paulus een dienaar geworden ben;

KO 1:24 Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, dat is de gemeente.

24 Who now rejoice in my sufferings for you, and fill up that which is behind of the afflictions of Christ in my flesh for his body's sake, which is the church:

24 Die mij nu verblijd in mijn lijden voor u, en vervulle in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus, voor Zijn lichaam, hetwelk is de Gemeente;

KO 1:25 Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het woord van God tot zijn volle recht te doen komen,

25 Whereof I am made a minister, according to the dispensation of God which is given to me for you, to fulfil the word of God;

25 Welker dienaar ik geworden ben, naar de bedeling van God, die mij gegeven is aan u, om te vervullen het Woord Gods;

KO 1:26 het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan zijn heiligen.

26 [Even] the mystery which hath been hid from ages and from generations, but now is made manifest to his saints:

26 [Namelijk] de verborgenheid, die verborgen is geweest van [alle] eeuwen en van [alle] geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen;

KO 1:27 Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder u, de hoop der heerlijkheid.

27 To whom God would make known what [is] the riches of the glory of this mystery among the Gentiles; which is Christ in you, the hope of glory:

27 Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid;

KO 1:28 Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn.

28 Whom we preach, warning every man, and teaching every man in all wisdom; that we may present every man perfect in Christ Jesus:

28 Denwelken wij verkondigen, vermanende een iegelijk mens, en lerende een iegelijk mens in alle wijsheid, opdat wij zouden een iegelijk mens volmaakt stellen in Christus Jezus;

KO 1:29 Hiervoor span ik mij ook in, onder zware strijd, naar zijn werking, die in mij werkt met kracht.

29 Whereunto I also labour, striving according to his working, which worketh in me mightily.

29 Waartoe ik ook arbeide, strijdende naar Zijn werking, die in mij werkt met kracht.

KO 2:1 Want ik stel er prijs op, dat gij weet, hoe zware strijd ik te voeren heb voor u, en voor hen, die te Laodicea zijn en voor allen, die mijn aangezicht niet hebben gezien in het vlees,

1 For I would that ye knew what great conflict I have for you, and [for] them at Laodicea, and [for] as many as have not seen my face in the flesh;

1 Want ik wil, dat gij weet, hoe groten strijd ik voor u heb, en [voor] degenen, die te Laodicea zijn, en zo velen als er mijn aangezicht in het vlees niet hebben gezien;

KO 2:2 opdat hun harten getroost en zij in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van een volledig inzicht, en zij het geheimenis Gods mogen kennen, Christus,

2 That their hearts might be comforted, being knit together in love, and unto all riches of the full assurance of understanding, to the acknowledgement of the mystery of God, and of the Father, and of Christ;

2 Opdat hun harten vertroost mogen worden, en zij samengevoegd zijn in de liefde, en [dat] tot allen rijkdom der volle verzekerdheid des verstands, tot kennis der verborgenheid van God en den Vader, en van Christus;

KO 2:3 in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn.

3 In whom are hid all the treasures of wisdom and knowledge.

3 In Denwelken al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn.

KO 2:4 Dit zeg ik, opdat niemand u met drogredenen misleide.

4 And this I say, lest any man should beguile you with enticing words.

4 En dit zeg ik, opdat niet iemand u misleide met beweegredenen, die een schijn hebben.

KO 2:5 Want al ben ik naar het vlees afwezig, naar de geest ben ik bij u en ik zie met blijdschap de orde, die bij u heerst, en de hechtheid van uw geloof in Christus.

5 For though I be absent in the flesh, yet am I with you in the spirit, joying and beholding your order, and the stedfastness of your faith in Christ.

5 Want hoewel ik met het vlees van [u] ben, nochtans ben ik met den geest bij u, mij verblijdende en ziende uw ordening, en de vastigheid van uw geloof in Christus.

KO 2:6 Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem,

6 As ye have therefore received Christ Jesus the Lord, [so] walk ye in him:

6 Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt [alzo] in Hem;

KO 2:7 geworteld en dan opgebouwd wordend in Hem, bevestigd wordend in het geloof, zoals u geleerd is, overvloeiende in dankzegging.

7 Rooted and built up in him, and stablished in the faith, as ye have been taught, abounding therein with thanksgiving.

7 Geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, gelijkerwijs gij geleerd zijt, overvloedig zijnde in hetzelve, met dankzegging.

KO 2:8 Ziet toe, dat niemand u medeslepe door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus,

8 Beware lest any man spoil you through philosophy and vain deceit, after the tradition of men, after the rudiments of the world, and not after Christ.

8 Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus;

KO 2:9 want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk;

9 For in him dwelleth all the fulness of the Godhead bodily.

9 Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk;

KO 2:10 en gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.

10 And ye are complete in him, which is the head of all principality and power:

10 En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;

KO 2:11 In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus,

11 In whom also ye are circumcised with the circumcision made without hands, in putting off the body of the sins of the flesh by the circumcision of Christ:

11 In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus;

KO 2:12 daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt.

12 Buried with him in baptism, wherein also ye are risen with [him] through the faith of the operation of God, who hath raised him from the dead.

12 Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met [Hem] opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft.

KO 2:13 Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold,

13 And you, being dead in your sins and the uncircumcision of your flesh, hath he quickened together with him, having forgiven you all trespasses;

13 En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en [in] de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al [uw] misdaden u vergevende;

KO 2:14 door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen:

14 Blotting out the handwriting of ordinances that was against us, which was contrary to us, and took it out of the way, nailing it to his cross;

14 Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen [bestaande], hetwelk, [zeg ik], enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende;

KO 2:15 Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.

15 [And] having spoiled principalities and powers, he made a shew of them openly, triumphing over them in it.

15 [En] de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriomfeerd.

KO 2:16 Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat,

16 Let no man therefore judge you in meat, or in drink, or in respect of an holyday, or of the new moon, or of the sabbath [days]:

16 Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk des feest [dags,] of der nieuwe maan, of der sabbatten;

KO 2:17 dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is.

17 Which are a shadow of things to come; but the body [is] of Christ.

17 Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus.

KO 2:18 Laat niemand u de prijs doen missen door gewilde nederigheid en engelenverering, als ingewijde in wat hij heeft aanschouwd, zonder reden opgeblazen door zijn vleselijk denken,

18 Let no man beguile you of your reward in a voluntary humility and worshipping of angels, intruding into those things which he hath not seen, vainly puffed up by his fleshly mind,

18 Dat [dan] niemand u overheerse naar zijn wil in nederigheid en dienst der engelen, intredende in hetgeen hij niet gezien heeft, tevergeefs opgeblazen zijnde door het verstand zijns vleses;

KO 2:19 terwijl hij zich niet houdt aan het hoofd, waaruit het gehele lichaam, door pezen en banden ondersteund en samengehouden, zijn goddelijke wasdom ontvangt.

19 And not holding the Head, from which all the body by joints and bands having nourishment ministered, and knit together, increaseth with the increase of God.

19 En het Hoofd niet behoudende, uit hetwelk het gehele lichaam, door de samenvoegselen en samenbindingen voorzien en samengevoegd zijnde, opwast met goddelijken wasdom.

KO 2:20 Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten, waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefdet, geboden opleggen:

20 Wherefore if ye be dead with Christ from the rudiments of the world, why, as though living in the world, are ye subject to ordinances,

20 Indien gij dan met Christus de eerste beginselen der wereld zijt afgestorven, wat wordt gij, gelijk of gij in de wereld leefdet, met inzettingen belast?

KO 2:21 raak niet, smaak niet, roer niet aan;

21 (Touch not; taste not; handle not;

21 [Namelijk] raak niet, en smaak niet, en roer niet aan.

KO 2:22 dat alles zijn dingen, die door het gebruik teloorgaan, zoals het gaat met voorschriften en leringen van mensen.

22 Which all are to perish with the using;) after the commandments and doctrines of men?

22 Welke dingen alle verderven door het gebruik, [ingevoerd] naar de geboden en leringen der mensen;

KO 2:23 Dit toch is, al staat het in een roep van wijsheid met zijn eigendunkelijke godsdienst, zijn nederigheid en zijn kastijding van het lichaam, zonder enige waarde (en dient slechts) tot bevrediging van het vlees.

23 Which things have indeed a shew of wisdom in will worship, and humility, and neglecting of the body; not in any honour to the satisfying of the flesh.

23 Dewelke wel hebben een [schijn] rede van wijsheid in eigenwilligen [gods] dienst en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen, [doch] zijn niet in enige waarde, [maar] tot verzadiging van het vlees.

KO 3:1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is,

gezeten aan de rechterhand Gods.

1 If ye then be risen with Christ, seek those things which are above, where Christ sitteth on the right hand of God.

1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter [hand] Gods.

KO 3:2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.

2 Set your affection on things above, not on things on the earth.

2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.

KO 3:3 Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.

3 For ye are dead, and your life is hid with Christ in God.

3 Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.

KO 3:4 Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.

4 When Christ, [who is] our life, shall appear, then shall ye also appear with him in glory.

4 Wanneer [nu] Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

KO 3:5 Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij,

5 Mortify therefore your members which are upon the earth; fornication, uncleanness, inordinate affection, evil concupiscence, and covetousness, which is idolatry:

5 Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, [namelijk] hoererij, onreinigheid, [schandelijke] beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.

KO 3:6 om welke dingen de toorn Gods komt.

6 For which things' sake the wrath of God cometh on the children of disobedience:

6 Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid;

KO 3:7 Daarin hebt ook gij eertijds gewandeld, toen gij erin leefdet.

7 In the which ye also walked some time, when ye lived in them.

7 In dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld, toen gij in dezelve leefdet.

KO 3:8 Maar thans moet ook gij dit alles wegdoen: toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond.

8 But now ye also put off all these; anger, wrath, malice, blasphemy, filthy communication out of your mouth.

8 Maar nu legt ook gij dit alles af, [namelijk] gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uw mond.

KO 3:9 Liegt niet meer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd,

9 Lie not one to another, seeing that ye have put off the old man with his deeds;

9 Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken,

KO 3:10 en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper,

10 And have put on the new [man], which is renewed in knowledge after the image of him that created him:

10 En aangedaan hebt den nieuwen [mens], die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;

KO 3:11 waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus.

11 Where there is neither Greek nor Jew, circumcision nor uncircumcision, Barbarian, Scythian, bond [nor] free: but Christ [is] all, and in all.

11 Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar [en] Scyth, dienstknecht [en] vrije; maar Christus is alles en in allen.

KO 3:12 Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.

12 Put on therefore, as the elect of God, holy and beloved, bowels of mercies, kindness, humbleness of mind, meekness, longsuffering;

12 Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid;

KO 3:13 Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo.

13 Forbearing one another, and forgiving one another, if any man have a quarrel against any: even as Christ forgave you, so also [do] ye.

13 Verdragende elkander, en vergevende de een den anderen, zo iemand tegen iemand [enige] klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, [doet] ook gij alzo.

KO 3:14 En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid.

14 And above all these things [put on] charity, which is the bond of perfectness.

14 En boven dit alles [doet aan] de liefde, dewelke is de band der volmaaktheid.

KO 3:15 En de vrede van Christus, tot welke gij immers in één lichaam geroepen zijt, regere in uw harten; en weest dankbaar.

15 And let the peace of God rule in your hearts, to the which also ye are called in one body; and be ye thankful.

15 En de vrede Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in een lichaam; en weest dankbaar.

KO 3:16 Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten.

16 Let the word of Christ dwell in you richly in all wisdom; teaching and admonishing one another in psalms and hymns and spiritual songs, singing with grace in your hearts to the Lord.

16 Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.

KO 3:17 En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!

17 And whatsoever ye do in word or deed, [do] all in the name of the Lord Jesus, giving thanks to God and the Father by him.

17 En al wat gij doet met woorden of met werken, [doet] het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem.

KO 3:18 Vrouwen, weest uw man onderdanig, gelijk het betaamt in de Here.

18 Wives, submit yourselves unto your own husbands, as it is fit in the Lord.

18 Gij vrouwen, zijt uw eigen mannen onderdanig, gelijk het betaamt in den Heere.

KO 3:19 Mannen, hebt uw vrouw lief en weest niet ruw tegen haar.

19 Husbands, love [your] wives, and be not bitter against them.

19 Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen haar.

KO 3:20 Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles, want dit is welbehaaglijk in de Here.

20 Children, obey [your] parents in all things: for this is well pleasing unto the Lord.

20 Gij kinderen, zijt [uw] ouderen gehoorzaam in alles, want dat is de Heere welbehagelijk.

KO 3:21 Vaders, prikkelt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.

21 Fathers, provoke not your children [to anger], lest they be discouraged.

21 Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.

KO 3:22 Slaven, gehoorzaamt uw heren naar het vlees in alles, niet als mensenbehagers om hen naar de ogen te zien, maar met eenvoud des harten in de vreze des Heren.

22 Servants, obey in all things [your] masters according to the flesh; not with eyeservice, as menpleasers; but in singleness of heart, fearing God:

22 Gij dienstknechten, zijt in alles gehoorzaam [uw] heren naar het vlees, niet met ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoudigheid des harten, vrezende God.

KO 3:23 Wat gij ook doet, verricht uw werk van harte, als voor de Here en niet voor mensen;

23 And whatsoever ye do, do [it] heartily, as to the Lord, and not unto men;

23 En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen;

KO 3:24 gij weet toch, dat gij van de Here tot vergelding de erfenis zult ontvangen. Gij dient Christus als heer.

24 Knowing that of the Lord ye shall receive the reward of the inheritance: for ye serve the Lord Christ.

24 Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient de Heere Christus.

KO 3:25 Want wie onrecht doet, zal zijn onrecht terugontvangen, en er is geen aanzien des persoons.

25 But he that doeth wrong shall receive for the wrong which he hath done: and there is no respect of persons.

25 Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming des persoons.

KO 4:1 Heren, betracht jegens uw slaven recht en billijkheid; gij weet toch, dat ook gij een heer in de hemel hebt.

1 Masters, give unto [your] servants that which is just and equal; knowing that ye also have a Master in heaven.

1 Gij heren, doet [uw] dienstknechten recht en gelijk, wetende, dat ook gij een Heere hebt in de hemelen.

KO 4:2 Volhardt in het gebed, weest daarbij waakzaam en dankt

2 Continue in prayer, and watch in the same with thanksgiving;

2 Houdt sterk aan in het gebed, en waakt in hetzelve met dankzegging;

KO 4:3 en bidt tevens voor ons, dat God een deur voor ons woord opene, om te spreken van het geheimenis van Christus, ter wille waarvan ik ook gevangen zit.

3 Withal praying also for us, that God would open unto us a door of utterance, to speak the mystery of Christ, for which I am also in bonds:

3 Biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des Woords opene, om te spreken de verborgenheid van Christus, om welke ik ook gebonden ben;

KO 4:4 Dan zal ik het zó in het licht stellen, als ik het behoor te spreken.

4 That I may make it manifest, as I ought to speak.

4 Opdat ik dezelve moge openbaren, gelijk ik moet spreken.

KO 4:5 Gedraagt u als wijzen ten opzichte van hen die buiten staan, maakt u de gelegenheid ten nutte.

5 Walk in wisdom toward them that are without, redeeming the time.

5 Wandelt met wijsheid bij degenen, die buiten zijn, den bekwamen tijd uitkopende.

KO 4:6 Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; gij moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven.

6 Let your speech [be] alway with grace, seasoned with salt, that ye may know how ye ought to answer every man.

6 Uw woord zij te allen tijde in aangenaamheid, met zout besprengd, opdat gij moogt weten, hoe gij een iegelijk moet antwoorden.

KO 4:7 Van al mijn omstandigheden zal Tychikus, mijn geliefde broeder en getrouwe dienaar en mededienstknecht in de Here, u op de hoogte brengen.

7 All my state shall Tychicus declare unto you, [who is] a beloved brother, and a faithful minister and fellowservant in the Lord:

7 Al mijn zaken zal u bekend maken Tychikus, de geliefde broeder, en getrouwe dienaar, en mededienstknecht in de Heere;

KO 4:8 Ik heb hem juist daarom tot u gezonden, dat gij zoudt vernemen, hoe het met ons staat en dat hij uw hart vertrooste,

8 Whom I have sent unto you for the same purpose, that he might know your estate, and comfort your hearts;

8 Denwelken ik tot hetzelfde einde tot u gezonden heb, opdat hij uw zaken wete, en uw harten vertrooste;

KO 4:9 samen met Onesimus, mijn getrouwe en geliefde broeder, die een der uwen is. Zij zullen u van alle omstandigheden hier op de hoogte brengen.

9 With Onesimus, a faithful and beloved brother, who is [one] of you. They shall make known unto you all things which [are done] here.

9 Met Onesimus, den getrouwen en geliefden broeder, dewelke uit de uwen is; zij zullen u alles bekend maken, wat hier is.

KO 4:10 Aristarchus, mijn medegevangene, laat u groeten, en Marcus, de neef van Barnabas - over hem hebt gij opdracht gekregen; ontvangt hem, indien hij bij u mocht komen -

10 Aristarchus my fellowprisoner saluteth you, and Marcus, sister's son to Barnabas, (touching whom ye received commandments: if he come unto you, receive him;)

10 U groet Aristarchus, mijn medegevangene; en Markus, de neef van Barnabas, aangaande welken gij bevelen ontvangen hebt; zo hij tot u komt, ontvangt hem;

KO 4:11 en Jezus genaamd Justus, de enigen uit de besnedenen, die mijn medewerkers zijn voor het Koninkrijk Gods, en die mij dan ook tot troost zijn geweest.

11 And Jesus, which is called Justus, who are of the circumcision. These only [are my] fellowworkers unto the kingdom of God, which have been a comfort unto me.

11 En Jezus, gezegd Justus, welke uit de besnijdenis zijn; deze alleen zijn [mijn] medearbeiders in het Koninkrijk Gods, die mij een vertroosting geweest zijn.

KO 4:12 Epafras laat u groeten, die een der uwen is, een dienstknecht van Christus Jezus, altijd in zijn gebeden voor u worstelende, dat gij moogt staan, volmaakt en verzekerd bij alles wat God wil.

12 Epaphras, who is [one] of you, a servant of Christ, saluteth you, always labouring fervently for you in prayers, that ye may stand perfect and complete in all the will of God.

12 U groet Epafras, die uit de uwen is, een dienstknecht van Christus, te allen tijde strijdende voor u in de gebeden, opdat gij staan moogt volmaakt en volkomen in al den wil van God.

KO 4:13 Want ik kan van hem getuigen, dat hij zich veel moeite heeft gegeven voor u en voor hen, die te Laodicea en te Hiërapolis zijn.

13 For I bear him record, that he hath a great zeal for you, and them [that are] in Laodicea, and them in Hierapolis.

13 Want ik geef hem getuigenis, dat hij groten ijver heeft over u en degenen, die in Laodicea zijn, en degenen, die in Hierapolis zijn.

KO 4:14 De geliefde geneesheer Lucas en ook Demas laten u groeten.

14 Luke, the beloved physician, and Demas, greet you.

14 U groet Lukas, de medicijnmeester, de geliefde, en Demas.

KO 4:15 Groet de broeders te Laodicea; ook Nymfa met de gemeente bij haar aan huis.

15 Salute the brethren which are in Laodicea, and Nymphas, and the church which is in his house.

15 Groet de broeders, die in Laodicea zijn, en Nymfas, en de Gemeente, die in zijn huis is.

KO 4:16 En wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorgt dan, dat hij ook in de gemeente te Laodicea voorgelezen wordt en dat ook gij die van Laodicea u laat voorlezen.

16 And when this epistle is read among you, cause that it be read also in the church of the Laodiceans; and that ye likewise read the [epistle] from Laodicea.

16 En wanneer deze zendbrief van u zal gelezen zijn, maakt, dat hij ook in de gemeente der Laodicensen gelezen worde, en dat ook gij dien leest, die uit Laodicea [geschreven is].

KO 4:17 En zegt tot Archippus: Zorg dat gij de bediening, die gij in de Here aanvaard hebt, ook vervult.

17 And say to Archippus, Take heed to the ministry which thou hast received in the Lord, that thou fulfil it.

17 En zegt aan Archippus: Zie op de bediening, die gij aangenomen hebt in de Heere, dat gij die vervult.

KO 4:18 Een eigenhandige groet van mij, Paulus. Gedenkt mijn gevangenschap. De genade zij met u.

18 The salutation by the hand of me Paul. Remember my bonds. Grace [be] with you. Amen.

18 De groetenis met mijn hand, van Paulus. Gedenkt mijner banden. De genade zij met u. Amen.

 

[Written from Rome to Colossians by Tychicus and Onesimus.]