|
FP 1:1 Paulus en Timoteüs, dienstknechten van
Christus Jezus, aan al de heiligen in Christus Jezus, die te Filippi zijn,
tezamen met hun opzieners en diakenen; |
1 Paul and Timotheus, the servants of Jesus Christ, to all the saints
in Christ Jesus which are at Philippi, with the bishops and deacons: |
1 Paulus en Timotheus, dienstknechten van Jezus Christus, al den
heiligen in Christus Jezus, die te Filippi zijn, met de opzieners en
diakenen: |
|
FP 1:2 genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus
Christus. |
2 Grace [be] unto you, and peace, from God our Father, and [from] the
Lord Jesus Christ. |
2 Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus
Christus. |
|
FP 1:3 Ik dank mijn God, zo dikwijls ik uwer gedenk; |
3 I thank my God upon every remembrance of you, |
3 Ik dank mijn God, zo dikwijls als ik uwer gedenk. |
|
FP 1:4 immers, in al mijn gebeden bid ik telkens voor u allen met
blijdschap, |
4 Always in every prayer of mine for you all making request with joy, |
4 (Te allen tijd in al mijn gebed voor u allen met blijdschap het gebed
doende) |
|
FP 1:5 wegens uw deelhebben aan de prediking van het evangelie, van de
eerste dag af tot nu toe. |
5 For your fellowship in the gospel from the first day until now; |
5 Over uw gemeenschap aan het Evangelie, van den eersten dag af tot nu
toe; |
|
FP 1:6 Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in u een
goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag van
Christus Jezus. |
6 Being confident of this very thing, that he which hath begun a good
work in you will perform [it] until the day of Jesus Christ: |
6 Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen
heeft, [dat] voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus; |
|
FP 1:7 Zó van u allen te denken spreekt voor mij dan ook vanzelf,
omdat ik u op het hart draag, daar gij allen, zowel bij mijn gevangenschap
als bij mijn verdediging en bevestiging van het evangelie, deelgenoten
zijt van de mij verleende genade. |
7 Even as it is meet for me to think this of you all, because I have
you in my heart; inasmuch as both in my bonds, and in the defence and
confirmation of the gospel, ye all are partakers of my grace. |
7 Gelijk het bij mij recht is, dat ik van u allen dit gevoel, omdat ik
in [mijn] hart houde, dat gij, beide in mijn banden, en [in mijn]
verantwoording en bevestiging van het Evangelie, gij allen, [zeg ik],
mijner genade mede deelachtig zijt. |
|
FP 1:8 God toch is mijn getuige, hoezeer ik met de ontferming van
Christus Jezus naar u allen verlang. |
8 For God is my record, how greatly I long after you all in the bowels
of Jesus Christ. |
8 Want God is mijn Getuige, hoezeer ik begerig ben naar u allen, met
innerlijke bewegingen van Jezus Christus. |
|
FP 1:9 En dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge
zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, |
9 And this I pray, that your love may abound yet more and more in
knowledge and [in] all judgment; |
9 En dit bid ik [God], dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde
in erkentenis en alle gevoelen; |
|
FP 1:10 om te onderscheiden, waarop het aankomt. Dan zult gij rein en
onberispelijk zijn tegen de dag van Christus, |
10 That ye may approve things that are excellent; that ye may be
sincere and without offence till the day of Christ; |
10 Opdat gij beproeft de dingen, die [daarvan] verschillen, opdat gij
oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot den dag van Christus; |
|
FP 1:11 vervuld van de vrucht van gerechtigheid, welke door Jezus
Christus is, tot eer en prijs van God. |
11 Being filled with the fruits of righteousness, which are by Jesus
Christ, unto the glory and praise of God. |
11 Vervuld met vruchten der gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn
tot heerlijkheid en prijs van God. |
|
FP 1:12 Ik wil, dat gij weet, broeders, dat hetgeen mij wedervaren is
veeleer tot bevordering van de evangelieprediking heeft gestrekt. |
12 But I would ye should understand, brethren, that the things [which
happened] unto me have fallen out rather unto the furtherance of the
gospel; |
12 En ik wil, dat gij weet, broeders, dat hetgeen aan mij [is
geschied], meer tot bevordering van het Evangelie gekomen is; |
|
FP 1:13 Daardoor toch is aan het gehele hof en aan al de overigen
duidelijk geworden, dat ik in gevangenschap ben om Christus' wil, |
13 So that my bonds in Christ are manifest in all the palace, and in
all other [places]; |
13 Alzo dat mijn banden in Christus openbaar geworden zijn in het ganse
rechthuis, en aan alle anderen; |
|
FP 1:14 en het merendeel der broeders in de Here heeft door mijn
gevangenschap vertrouwen gekregen om met des te meer moed onbevreesd het
woord Gods te spreken. |
14 And many of the brethren in the Lord, waxing confident by my bonds,
are much more bold to speak the word without fear. |
14 En [dat] het meerder [deel] der broederen in den Heere, door mijn
banden vertrouwen gekregen hebbende, overvloediger het Woord onbevreesd
durven spreken. |
|
FP 1:15 Sommigen prediken de Christus wel uit nijd en twist, maar
anderen doen het met goede bedoeling. |
15 Some indeed preach Christ even of envy and strife; and some also of
good will: |
15 Sommigen prediken ook wel Christus door nijd en twist, maar sommigen
ook door goedwilligheid. |
|
FP 1:16 Dezen verkondigen de Christus uit liefde, daar zij weten, dat
ik tot verdediging van het evangelie gesteld ben, |
16 The one preach Christ of contention, not sincerely, supposing to add
affliction to my bonds: |
16 Genen verkondigen wel Christus uit twisting, niet zuiver, menende
aan mijn banden verdrukking toe te brengen; |
|
FP 1:17 maar genen uit eigenbelang, met de onzuivere bedoeling, mij de
gevangenschap zwaar te maken. |
17 But the other of love, knowing that I am set for the defence of the
gospel. |
17 Doch dezen uit liefde, dewijl zij weten, dat ik tot verantwoording
van het Evangelie gezet ben. |
|
FP 1:18 Wat doet het ertoe? In elk geval, hetzij met een bijoogmerk,
hetzij in oprechtheid, wordt Christus verkondigd; en daarin verblijd ik
mij, en zal ik mij ook verblijden. |
18 What then? notwithstanding, every way, whether in pretence, or in
truth, Christ is preached; and I therein do rejoice, yea, and will
rejoice. |
18 Wat dan? Nochtans wordt Christus op allerlei wijze, hetzij onder een
deksel, hetzij in der waarheid, verkondigd; en daarin verblijd ik mij, ja,
ik zal mij ook verblijden. |
|
FP 1:19 Want ik weet, dat dit mij tot behoud zal strekken door uw gebed
en de bijstand des Geestes van Jezus Christus, |
19 For I know that this shall turn to my salvation through your prayer,
and the supply of the Spirit of Jesus Christ, |
19 Want ik weet, dat dit mij ter zaligheid gedijen zal, door uw gebed
en toebrenging des Geestes van Jezus Christus. |
|
FP 1:20 naar mijn vurig verlangen en hopen, dat ik in geen enkel
opzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals
steeds, ook nú Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij
door mijn leven, hetzij door mijn dood. |
20 According to my earnest expectation and [my] hope, that in nothing I
shall be ashamed, but [that] with all boldness, as always, [so] now also
Christ shall be magnified in my body, whether [it be] by life, or by
death. |
20 Volgens mijn ernstige verwachting en hoop, dat ik in geen zaak zal
beschaamd worden; maar [dat] in alle vrijmoedigheid, gelijk te allen tijd,
alzo ook nu, Christus zal groot gemaakt worden in mijn lichaam, hetzij
door het leven, hetzij door den dood. |
|
FP 1:21 Want het leven is mij Christus en het sterven gewin. |
21 For to me to live [is] Christ, and to die [is] gain. |
21 Want het leven is mij Christus, en het sterven is [mij] gewin. |
|
FP 1:22 Indien ik in het vlees blijf leven, betekent dat voor mij
werken met vrucht, en wat ik moet kiezen, weet ik niet. |
22 But if I live in the flesh, this [is] the fruit of my labour: yet
what I shall choose I wot not. |
22 Maar of te leven in het vlees, hetzelve mij oorbaar zij, en wat ik
verkiezen zal, weet ik niet. |
|
FP 1:23 Van beide zijden word ik gedrongen: ik verlang heen te gaan en
met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste; |
23 For I am in a strait betwixt two, having a desire to depart, and to
be with Christ; which is far better: |
23 Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende begeerte, om
ontbonden te worden en met Christus te zijn; want [dat] is zeer verre het
beste. |
|
FP 1:24 maar nog in het vlees te blijven is nodiger om uwentwil. |
24 Nevertheless to abide in the flesh [is] more needful for you. |
24 Maar in het vlees te blijven, is nodiger om uwentwil. |
|
FP 1:25 En in deze overtuiging weet ik, dat ik zal blijven en
voortdurend bij u allen zijn, opdat gij verder moogt komen en u in het
geloof verblijden. |
25 And having this confidence, I know that I shall abide and continue
with you all for your furtherance and joy of faith; |
25 En dit vertrouw en weet ik, dat ik zal blijven, en met u allen zal
verblijven tot uw bevordering en blijdschap des geloofs; |
|
FP 1:26 Dan zult gij ruimschoots reden hebben om over mij te roemen in
Christus Jezus, wanneer ik weder bij u kom. |
26 That your rejoicing may be more abundant in Jesus Christ for me by
my coming to you again. |
26 Opdat uw roem in Christus Jezus overvloedig zij aan mij, door mijn
tegenwoordigheid wederom bij u. |
|
FP 1:27 Alleen, gedraagt u waardig het evangelie van Christus, opdat,
hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig blijf, ik van u moge horen, dat
gij vaststaat in één geest, één van ziel medestrijdende voor het
geloof aan het evangelie, |
27 Only let your conversation be as it becometh the gospel of Christ:
that whether I come and see you, or else be absent, I may hear of your
affairs, that ye stand fast in one spirit, with one mind striving together
for the faith of the gospel; |
27 Alleenlijk wandelt waardiglijk het Evangelie van Christus, opdat,
hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik van uw zaken moge horen,
dat gij staat in een geest, met een gemoed gezamenlijk strijdende door het
geloof des Evangelies; |
|
FP 1:28 zonder dat gij u in enig opzicht door de tegenstanders laat
beangstigen. Hierin is voor hen een aanwijzing van hún verderf, doch van
úw behoud, en dat van Godswege. |
28 And in nothing terrified by your adversaries: which is to them an
evident token of perdition, but to you of salvation, and that of God. |
28 En dat gij in geen ding verschrikt wordt van degenen, die
tegenstaan; hetwelk hun wel een bewijs is des verderfs, maar u der
zaligheid, en dat van God. |
|
FP 1:29 Want aan u is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in
Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden, |
29 For unto you it is given in the behalf of Christ, not only to
believe on him, but also to suffer for his sake; |
29 Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in
Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden; |
|
FP 1:30 in dezelfde strijd, die gij eens van mij hebt gezien en nu van
mij hoort. |
30 Having the same conflict which ye saw in me, and now hear [to be] in
me. |
30 Denzelfden strijd hebbende, hoedanigen gij in mij gezien hebt, en nu
in mij hoort. |
|
FP 2:1 Indien er dan enig beroep (op u gedaan mag
worden) in Christus, indien er enige bemoediging is der liefde, indien er
enige gemeenschap is des geestes, indien er enige ontferming en
barmhartigheid is, |
1 If [there be] therefore any consolation in Christ, if any comfort of
love, if any fellowship of the Spirit, if any bowels and mercies, |
1 Indien er dan enige vertroosting is in Christus, indien er enige
troost is der liefde, indien er enige gemeenschap is des Geestes, indien
er enige innerlijke
bewegingen en ontfermingen zijn; |
|
FP 2:2 maakt (dan) mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn,
één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven, |
2 Fulfil ye my joy, that ye be likeminded, having the same love,
[being] of one accord, of one mind. |
2 Zo vervult mijn blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde
liefde hebbende, van een gemoed [en] van een gevoelen zijnde. |
|
FP 2:3 zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid achte
de een de ander uitnemender dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op
zijn eigen belang, |
3 [Let] nothing [be done] through strife or vainglory; but in lowliness
of mind let each esteem other better than themselves. |
3 [Doet] geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid
achte de een den ander uitnemender dan zichzelven. |
|
FP 2:4 maar ieder (lette) ook op dat van anderen. |
4 Look not every man on his own things, but every man also on the
things of others. |
4 Een iegelijk zie niet op het zijne, maar een iegelijk [zie] ook op
hetgeen der anderen is. |
|
FP 2:5 Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, |
5 Let this mind be in you, which was also in Christ Jesus: |
5 Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; |
|
FP 2:6 die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als
een roof heeft geacht, |
6 Who, being in the form of God, thought it not robbery to be equal
with God: |
6 Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even
gelijk te zijn; |
|
FP 2:7 maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een
dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. |
7 But made himself of no reputation, and took upon him the form of a
servant, and was made in the likeness of men: |
7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts
aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; |
|
FP 2:8 En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich
vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des
kruises. |
8 And being found in fashion as a man, he humbled himself, and became
obedient unto death, even the death of the cross. |
8 En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd,
gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises. |
|
FP 2:9 Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven
alle naam geschonken, |
9 Wherefore God also hath highly exalted him, and given him a name
which is above every name: |
9 Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam
gegeven, welke boven allen naam is; |
|
FP 2:10 opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen,
die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, |
10 That at the name of Jesus every knee should bow, of [things] in
heaven, and [things] in earth, and [things] under the earth; |
10 Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die
in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. |
|
FP 2:11 en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van
God, de Vader! |
11 And [that] every tongue should confess that Jesus Christ [is] Lord,
to the glory of God the Father. |
11 En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot
heerlijkheid Gods des Vaders. |
|
FP 2:12 Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam
zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu
des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en
beven, |
12 Wherefore, my beloved, as ye have always obeyed, not as in my
presence only, but now much more in my absence, work out your own
salvation with fear and trembling. |
12 Alzo dan, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijd gehoorzaam
geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veelmeer nu
in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven; |
|
FP 2:13 want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als
het werken in u werkt. |
13 For it is God which worketh in you both to will and to do of [his]
good pleasure. |
13 Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar
[Zijn] welbehagen. |
|
FP 2:14 Doet alles zonder morren of bedenkingen, |
14 Do all things without murmurings and disputings: |
14 Doet alle dingen zonder murmureren en tegenspreken; |
|
FP 2:15 opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken
kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder
gij schijnt als lichtende sterren in de wereld, |
15 That ye may be blameless and harmless, the sons of God, without
rebuke, in the midst of a crooked and perverse nation, among whom ye shine
as lights in the world; |
15 Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde,
onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder
welke gij schijnt als lichten in de wereld; |
|
FP 2:16 het woord des levens vasthoudende, mij ten roem tegen de dag
van Christus, dat ik niet vruchteloos (mijn wedloop) gelopen, noch
vruchteloos mij ingespannen heb. |
16 Holding forth the word of life; that I may rejoice in the day of
Christ, that I have not run in vain, neither laboured in vain. |
16 Voorhoudende het woord des levens, mij tot een roem tegen den dag
van Christus, dat ik niet tevergeefs heb gelopen, noch tevergeefs
gearbeid. |
|
FP 2:17 Maar ook indien ik geplengd word bij de offerande en de
eredienst van uw geloof, verblijd ik mij, en ik verblijd mij met u allen. |
17 Yea, and if I be offered upon the sacrifice and service of your
faith, I joy, and rejoice with you all. |
17 Ja, indien ik ook tot een drankoffer geofferd worde over de
offerande en bediening uws geloofs, zo verblijde ik mij, en verblijde mij
met u allen. |
|
FP 2:18 Verblijdt gij u evenzo en verblijdt u met mij. |
18 For the same cause also do ye joy, and rejoice with me. |
18 En om datzelfde verblijdt gij u ook, en verblijdt ook ulieden met
mij. |
|
FP 2:19 Ik hoop in de Here Jezus Timoteüs spoedig tot u te zenden,
opdat ook ik welgemoed moge zijn, wanneer ik vernomen heb, hoe het u gaat. |
19 But I trust in the Lord Jesus to send Timotheus shortly unto you,
that I also may be of good comfort, when I know your state. |
19 En ik hoop in den Heere Jezus Timotheus haast tot u te zenden, opdat
ik ook welgemoed moge zijn, als ik uw zaken zal verstaan hebben. |
|
FP 2:20 Want ik heb niemand die zó eens geestes (met u) is, om uw
belangen getrouw te behartigen; |
20 For I have no man likeminded, who will naturally care for your
state. |
20 Want ik heb niemand, die even alzo gemoed is, dewelke oprechtelijk
uw zaken zal bezorgen. |
|
FP 2:21 want allen zoeken zij hun eigen belang, niet de zaak van
Christus Jezus. |
21 For all seek their own, not the things which are Jesus Christ's. |
21 Want zij zoeken allen het hunne, niet hetgeen van Christus Jezus is. |
|
FP 2:22 Zijn beproefde trouw kent gij echter, dat hij, gelijk een kind
zijn vader, mij in de dienst van het evangelie heeft geholpen. |
22 But ye know the proof of him, that, as a son with the father, he
hath served with me in the gospel. |
22 En gij weet zijn beproeving, dat hij, als een kind [zijn] vader, met
mij gediend heeft in het Evangelie. |
|
FP 2:23 Hem hoop ik terstond te zenden, zodra ik zie, hoe het met mijn
zaak loopt; |
23 Him therefore I hope to send presently, so soon as I shall see how
it will go with me. |
23 Ik hoop dan wel dezen van stonde aan te zenden, zo [haast] als ik in
mijn zaken zal voorzien hebben; |
|
FP 2:24 ik vertrouw echter in de Here, dat ik ook zelf spoedig komen
zal. |
24 But I trust in the Lord that I also myself shall come shortly. |
24 Doch ik vertrouw in den Heere, dat ik ook zelf haast [tot u] komen
zal. |
|
FP 2:25 Maar ik achtte het noodzakelijk, Epafroditus tot u te zenden,
mijn broeder en medearbeider en medestrijder, die uw afgevaardigde was om
mij te helpen in hetgeen ik nodig had. |
25 Yet I supposed it necessary to send to you Epaphroditus, my brother,
and companion in labour, and fellowsoldier, but your messenger, and he
that ministered to my wants. |
25 Maar ik heb nodig geacht tot u te zenden Epafroditus, mijn broeder,
en medearbeider en medestrijder, en uw afgezondene, en bedienaar mijner
nooddruft; |
|
FP 2:26 Immers, hij was vol verlangen naar u allen en ook in zorg,
omdat gij gehoord hadt, dat hij ziek was. |
26 For he longed after you all, and was full of heaviness, because that
ye had heard that he had been sick. |
26 Dewijl hij zeer begerig was naar u allen, en zeer beangst was, omdat
gij gehoord hadt, dat hij krank was. |
|
FP 2:27 Hij is ook ziek geweest, de dood nabij, maar God heeft Zich
over hem ontfermd, en niet alleen over hem, maar ook over mij, opdat ik
niet droefheid op droefheid zou hebben. |
27 For indeed he was sick nigh unto death: but God had mercy on him;
and not on him only, but on me also, lest I should have sorrow upon
sorrow. |
27 En hij is ook krank geweest tot nabij den dood; maar God heeft Zich
zijner ontfermd; en niet alleen zijner, maar ook mijner, opdat ik niet
droefheid op droefheid zou hebben. |
|
FP 2:28 Ik zend hem dan met te meer spoed, opdat gij, als gij hem ziet,
u weer verblijden moogt en ik minder zorg moge hebben. |
28 I sent him therefore the more carefully, that, when ye see him
again, ye may rejoice, and that I may be the less sorrowful. |
28 Zo heb ik dan hem te spoediger gezonden, opdat gij, hem ziende,
wederom u zoudt verblijden, en ik te min zou droevig zijn. |
|
FP 2:29 Ontvangt hem dan in de Here met alle blijdschap en houdt mannen
zoals hij in ere. |
29 Receive him therefore in the Lord with all gladness; and hold such
in reputation: |
29 Ontvangt hem dan in den Heere, met alle blijdschap, en houdt
dezulken in waarde. |
|
FP 2:30 Want om het werk van Christus is hij de dood nabijgekomen en
hij heeft zijn leven gewaagd om aan te vullen wat nog aan uw dienstbetoon
jegens mij ontbrak. |
30 Because for the work of Christ he was nigh unto death, not regarding
his life, to supply your lack of service toward me. |
30 Want om het werk van Christus was hij tot nabij den dood gekomen,
[zijn] leven niet achtende, opdat hij het gebrek uwer bediening aan mij
vervullen zou. |
|
FP 3:1 Overigens, mijn broeders, verblijdt u in de
Here! Hetzelfde aan u te schrijven is voor mij niet verdrietig en voor u
is het veilig. |
1 Finally, my brethren, rejoice in the Lord. To write the same things
to you, to me indeed [is] not grievous, but for you [it is] safe. |
1 Voorts, mijn broeders, verblijdt u in den Heere. Dezelfde dingen aan
u te schrijven, is mij niet verdrietig, en het is u zeker. |
|
FP 3:2 Let op de honden, let op de slechte arbeiders, let op de
versnijdenis! |
2 Beware of dogs, beware of evil workers, beware of the concision. |
2 Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de
versnijding. |
|
FP 3:3 Want wíj zijn de besnijdenis, die door de Geest Gods Hem
dienen, die in Christus Jezus roemen en niet op vlees vertrouwen. |
3 For we are the circumcision, which worship God in the spirit, and
rejoice in Christ Jesus, and have no confidence in the flesh. |
3 Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in
Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen. |
|
FP 3:4 Ofschoon ik voor mij wel reden zou hebben om ook op vlees
vertrouwen te stellen. Indien een ander meent op vlees te kunnen
vertrouwen, ik nog meer: |
4 Though I might also have confidence in the flesh. If any other man
thinketh that he hath whereof he might trust in the flesh, I more: |
4 Hoewel ik heb, dat ik ook in het vlees betrouwen mocht; indien iemand
anders meent te betrouwen in het vlees, ik nog meer; |
|
FP 3:5 besneden ten achtsten dage, uit het volk Israël, van de stam
Benjamin, |
5 Circumcised the eighth day, of the stock of Israel, [of] the tribe of
Benjamin, |
5 Besneden ten achtsten dage, uit het geslacht van Israel, van den stam
van Benjamin, |
|
FP 3:6 een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër, |
an Hebrew of the Hebrews; as touching the law, a Pharisee; |
een Hebreer uit de Hebreen, naar de wet een Farizeer; |
|
naar mijn ijver een vervolger van de gemeente, naar de gerechtigheid
der wet onberispelijk. |
6 Concerning zeal, persecuting the church; touching the righteousness
which is in the law, blameless. |
6 Naar den ijver een vervolger der Gemeente; naar de rechtvaardigheid,
die in de wet is, zijnde onberispelijk. |
|
FP 3:7 Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus' wil schade
geacht. |
7 But what things were gain to me, those I counted loss for Christ. |
7 Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus’ wil schade
geacht. |
|
FP 3:8 Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van
Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik
dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge
winnen, |
8 Yea doubtless, and I count all things [but] loss for the excellency
of the knowledge of Christ Jesus my Lord: for whom I have suffered the
loss of all things, and do count them [but] dung, that I may win Christ, |
8 Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de
uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik
al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik
Christus moge gewinnen. |
|
FP 3:9 en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet,
te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit
God is op de grond van het geloof. |
9 And be found in him, not having mine own righteousness, which is of
the law, but that which is through the faith of Christ, the righteousness
which is of God by faith: |
9 En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die
uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, [namelijk] de
rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof; |
|
FP 3:10 (Dit alles) om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en
de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig
wordende, |
10 That I may know him, and the power of his resurrection, and the
fellowship of his sufferings, being made conformable unto his death; |
10 Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding, en de
gemeenschap Zijns lijdens, Zijn dood gelijkvormig wordende; |
|
FP 3:11 zou mogen komen tot de opstanding uit de doden. |
11 If by any means I might attain unto the resurrection of the dead. |
11 Of ik enigszins moge komen tot de wederopstanding der doden. |
|
FP 3:12 Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt
zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook
door Christus Jezus gegrepen ben. |
12 Not as though I had already attained, either were already perfect:
but I follow after, if that I may apprehend that for which also I am
apprehended of Christ Jesus. |
12 Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben; maar ik
jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus
ook gegrepen ben. |
|
FP 3:13 Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, |
13 Brethren, I count not myself to have apprehended: |
13 Broeders, ik acht niet, dat ik zelf het gegrepen heb. |
|
FP 3:14 maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en
mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, |
but [this] one thing [I do], forgetting those things which are behind,
and reaching forth unto those things which are before, |
14 Maar een ding [doe ik], vergetende, hetgeen achter is, en strekkende
mij tot hetgeen voor is, |
|
jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is,
in Christus Jezus. |
14 I press toward the mark for the prize of the high calling of God in
Christ Jesus. |
jaag ik naar het wit, tot den prijs der roeping Gods, die van boven is
in Christus Jezus. |
|
FP 3:15 Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En
indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren; |
15 Let us therefore, as many as be perfect, be thus minded: and if in
any thing ye be otherwise minded, God shall reveal even this unto you. |
15 Zovelen dan als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen; en indien
gij iets anderszins gevoelt, ook dat zal u God openbaren. |
|
FP 3:16 maar hetgeen wij bereikt hebben, in dat spoor dan ook verder! |
16 Nevertheless, whereto we have already attained, let us walk by the
same rule, let us mind the same thing. |
16 Doch, daar wij toe gekomen zijn, laat ons [daarin] naar denzelfden
regel wandelen, laat ons hetzelfde gevoelen. |
|
FP 3:17 Weest allen mijn navolgers, broeders, en ziet op hen, die
evenzo wandelen, gelijk gij ons tot voorbeeld hebt. |
17 Brethren, be followers together of me, and mark them which walk so
as ye have us for an ensample. |
17 Weest mede mijn navolgers, broeders, en merkt op degenen, die alzo
wandelen, gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt. |
|
FP 3:18 Want velen wandelen - ik heb het u dikwijls van hen gezegd,
maar nu zeg ik het ook wenende - als vijanden van het kruis van Christus. |
18 (For many walk, of whom I have told you often, and now tell you even
weeping, [that they are] the enemies of the cross of Christ: |
18 Want velen wandelen [anders]; van dewelken ik u dikmaals gezegd heb,
en nu ook wenende zeg, dat zij vijanden des kruises van Christus zijn; |
|
FP 3:19 Hun einde is het verderf, hun God is de buik, hun eer stellen
zij in hun schande, zij zijn aardsgezind. |
19 Whose end [is] destruction, whose God [is their] belly, and [whose]
glory [is] in their shame, who mind earthly things.) |
19 Welker einde is het verderf, welker God is de buik, en [welker]
heerlijkheid is in hun schande, dewelken aardse dingen bedenken. |
|
FP 3:20 Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij
ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, |
20 For our conversation is in heaven; from whence also we look for the
Saviour, the Lord Jesus Christ: |
20 Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker
verwachten, [namelijk] den Heere Jezus Christus; |
|
FP 3:21 die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn
verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook
alle dingen Zich kan onderwerpen. |
21 Who shall change our vile body, that it may be fashioned like unto
his glorious body, according to the working whereby he is able even to
subdue all things unto himself. |
21 Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve
gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor
Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen. |
|
FP 4:1 Daarom, mijn geliefde broeders, naar wie mijn
verlangen uitgaat, mijn blijdschap en kroon, staat alzo vast in de Here,
geliefden! |
1 Therefore, my brethren dearly beloved and longed for, my joy and
crown, so stand fast in the Lord, [my] dearly beloved. |
1 Zo dan, mijn geliefde en zeer gewenste broeders, mijn blijdschap en
kroon, staat alzo in den Heere, geliefden! |
|
FP 4:2 Euodia vermaan ik en Syntyche vermaan ik, eensgezind te zijn in
de Here. |
2 I beseech Euodias, and beseech Syntyche, that they be of the same
mind in the Lord. |
2 Ik vermaan Euodia, en ik vermaan Syntyche, dat zij eensgezind zijn in
den Heere. |
|
FP 4:3 Ja, ik vraag ook u, mijn trouwe metgezel: wees haar behulpzaam.
Want zij hebben tezamen met mij in de prediking van het evangelie
gestreden, naast Clemens en mijn overige medearbeiders, wier namen staan
in het boek des levens. |
3 And I intreat thee also, true yokefellow, help those women which
laboured with me in the gospel, with Clement also, and [with] other my
fellowlabourers, whose names [are] in the book of life. |
3 En ik bid ook u, gij [mijn] oprechte metgezel, wees dezen [vrouwen]
behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met
Clemens, en de andere mijn medearbeiders, welker namen zijn in het boek
des levens. |
|
FP 4:4 Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen:
Verblijdt u! |
4 Rejoice in the Lord alway: [and] again I say, Rejoice. |
4 Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u. |
|
FP 4:5 Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij. |
5 Let your moderation be known unto all men. The Lord [is] at hand. |
5 Uw bescheidenheid zij allen mensen bekend. De Heere is nabij. |
|
FP 4:6 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door
gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. |
6 Be careful for nothing; but in every thing by prayer and supplication
with thanksgiving let your requests be made known unto God. |
6 Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door
bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; |
|
FP 4:7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten
en uw gedachten behoeden in Christus Jezus. |
7 And the peace of God, which passeth all understanding, shall keep
your hearts and minds through Christ Jesus. |
7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en
uw zinnen bewaren in Christus Jezus. |
|
FP 4:8 Voorts, broeders, al wat waar, al wat waardig, al wat
rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al
wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat; |
8 Finally, brethren, whatsoever things are true, whatsoever things
[are] honest, whatsoever things [are] just, whatsoever things [are] pure,
whatsoever things [are] lovely, whatsoever things [are] of good report; if
[there be] any virtue, and if [there be] any praise, think on these
things. |
8 Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat
rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo
er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve; |
|
FP 4:9 wat u geleerd en overgeleverd is, wat gij van mij gehoord en
gezien hebt, breng dat in toepassing en de God des vredes zal met u zijn. |
9 Those things, which ye have both learned, and received, and heard,
and seen in me, do: and the God of peace shall be with you. |
9 Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien
hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn. |
|
FP 4:10 Ik heb er mij ten zeerste over verblijd in de Here, dat gij nu
eindelijk uw belangstelling in mij hebt kunnen verlevendigen, omdat gij
wel belangstelling hadt, maar niet de gelegenheid. |
10 But I rejoiced in the Lord greatly, that now at the last your care
of me hath flourished again; wherein ye were also careful, but ye lacked
opportunity. |
10 En ik ben grotelijks verblijd geweest in den Heere, dat gij nu
eenmaal wederom verwakkerd zijt om aan mij te gedenken; waaraan gij ook
gedacht hebt, maar gij hebt de gelegenheid niet gehad. |
|
FP 4:11 Niet dat ik dit zeg, als zou ik gebrek lijden; want ik heb
geleerd met de omstandigheden, waarin ik verkeer, genoegen te nemen. |
11 Not that I speak in respect of want: for I have learned, in
whatsoever state I am, [therewith] to be content. |
11 Niet dat ik [dit] zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd
te zijn in hetgeen ik ben. |
|
FP 4:12 Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk
opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als
in honger lijden, zowel in overvloed als in gebrek. |
12 I know both how to be abased, and I know how to abound: every where
and in all things I am instructed both to be full and to be hungry, both
to abound and to suffer need. |
12 En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben;
alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger
te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden. |
|
FP 4:13 Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft. |
13 I can do all things through Christ which strengtheneth me. |
13 Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft. |
|
FP 4:14 Toch hebt gij er goed aan gedaan, te delen in mijn verdrukking. |
14 Notwithstanding ye have well done, that ye did communicate with my
affliction. |
14 Nochtans hebt gij wel gedaan, dat gij met mijn verdrukking
gemeenschap gehad hebt. |
|
FP 4:15 Gij weet het zelf ook wel, FP; in het begin van mijn
evangelieprediking, toen ik uit Macedonië vertrok, heeft geen enkele
gemeente met mij in rekening van uitgave en ontvangst gestaan dan gij
alleen. |
15 Now ye Philippians know also, that in the beginning of the gospel,
when I departed from Macedonia, no church communicated with me as
concerning giving and receiving, but ye only. |
15 En ook gij, Filippensen, weet, dat in het begin des Evangelies, toen
ik van Macedonie vertrokken ben, geen Gemeente mij [iets] medegedeeld
heeft tot rekening van uitgaaf en ontvangst, dan gij alleen. |
|
FP 4:16 Want ook te Tessalonica hebt gij mij een en andermaal
ondersteuning gezonden. |
16 For even in Thessalonica ye sent once and again unto my necessity. |
16 Want ook in Thessalonica hebt gij mij eenmaal en andermaal gezonden,
tot nooddruft. |
|
FP 4:17 Niet, dat het mij om de gave te doen zou zijn, maar het is mij
te doen om de opbrengst, die als een tegoed op uw rekening aangroeit. |
17 Not because I desire a gift: but I desire fruit that may abound to
your account. |
17 Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht, die overvloedig is
tot uw rekening. |
|
FP 4:18 Nu is alles voldaan en ik ben rijkelijk voorzien; alles is
aangezuiverd, nu ik van Epafroditus het door u gezondene ontvangen heb,
een welriekend, een aangenaam, Gode welgevallig offer. |
18 But I have all, and abound: I am full, having received of
Epaphroditus the things [which were sent] from you, an odour of a sweet
smell, a sacrifice acceptable, wellpleasing to God. |
18 Maar ik heb alles ontvangen, en ik heb overvloed; ik ben vervuld
geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u [gezonden was,
als] een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk. |
|
FP 4:19 Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk
voorzien, in Christus Jezus. |
19 But my God shall supply all your need according to his riches in
glory by Christ Jesus. |
19 Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in
heerlijkheid, door Christus Jezus. |
|
FP 4:20 Onze God en Vader nu zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid!
Amen. |
20 Now unto God and our Father [be] glory for ever and ever. Amen. |
20 Onzen God nu en Vader zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen. |
|
FP 4:21 Groet iedere heilige in Christus Jezus. U groeten de broeders,
die bij mij zijn. |
21 Salute every saint in Christ Jesus. The brethren which are with me
greet you. |
21 Groet alle heiligen in Christus Jezus; U groeten de broeders, die
met mij zijn. |
|
FP 4:22 U groeten al de heiligen, inzonderheid die aan het huis des
keizers verbonden zijn. |
22 All the saints salute you, chiefly they that are of Caesar's
household. |
22 Al de heiligen groeten u, en meest die van het huis des keizers
zijn. |
|
FP 4:23 De genade van de Here Jezus Christus zij met uw geest. |
23 The grace of our Lord Jesus Christ [be] with you all. Amen. |
23 De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen. |
| |
[To [the] Philippians written from Rome, by Epaphroditus.] |
|