Efeziërs

Back Home Next

 

KJDictionary 1 2 3 4 5 6

NBG 1951

KJV 1611

STATEN 1637

EF 1:1 Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus, die [te Efeze] zijn;

1 Paul, an apostle of Jesus Christ by the will of God, to the saints which are at Ephesus, and to the faithful in Christ Jesus:

1 Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil van God, aan de heiligen, die te Efeze zijn, en gelovigen in Christus Jezus:

EF 1:2 genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.

2 Grace [be] to you, and peace, from God our Father, and [from] the Lord Jesus Christ.

2 Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.

EF 1:3 Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.

3 Blessed [be] the God and Father of our Lord Jesus Christ, who hath blessed us with all spiritual blessings in heavenly [places] in Christ:

3 Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.

EF 1:4 Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht.

4 According as he hath chosen us in him before the foundation of the world, that we should be holy and without blame before him in love:

4 Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;

EF 1:5 In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil,

5 Having predestinated us unto the adoption of children by Jesus Christ to himself, according to the good pleasure of his will,

5 Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.

EF 1:6 tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.

6 To the praise of the glory of his grace, wherein he hath made us accepted in the beloved.

6 Tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde;

EF 1:7 En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom zijner genade,

7 In whom we have redemption through his blood, the forgiveness of sins, according to the riches of his grace;

7 In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, [namelijk] de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade,

EF 1:8 welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand,

8 Wherein he hath abounded toward us in all wisdom and prudence;

8 Met welke Hij overvloedig is geweest over ons in alle wijsheid en voorzichtigheid;

EF 1:9 door ons het geheimenis van zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen,

9 Having made known unto us the mystery of his will, according to his good pleasure

9 Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen,

dat Hij Zich in Hem had voorgenomen,

which he hath purposed in himself:

hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven.

EF 1:10 om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten,

10 That in the dispensation of the fulness of times he might gather together in one all things in Christ, both which are in heaven, and which are on earth; [even] in him:

10 Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot een te vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op de aarde is;

EF 1:11 in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van zijn wil,

11 In whom also we have obtained an inheritance, being predestinated according to the purpose of him who worketh all things after the counsel of his own will:

11 In Hem, in Welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil;

EF 1:12 opdat wij zouden zijn tot lof zijner heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd.

12 That we should be to the praise of his glory, who first trusted in Christ.

12 Opdat wij zouden zijn tot prijs Zijner heerlijkheid, wij, die eerst in Christus gehoopt hebben.

EF 1:13 In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de heilige Geest der belofte,

13 In whom ye also [trusted], after that ye heard the word of truth, the gospel of your salvation: in whom also after that ye believed, ye were sealed with that holy Spirit of promise,

13 In Welken ook gij [zijt], nadat gij het woord der waarheid, [namelijk] het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;

EF 1:14 die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid.

14 Which is the earnest of our inheritance until the redemption of the purchased possession, unto the praise of his glory.

14 Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.

EF 1:15 Daarom houd ook ik, gehoord hebbende van uw geloof in de Here Jezus en van uw liefde tot al de heiligen,

15 Wherefore I also, after I heard of your faith in the Lord Jesus, and love unto all the saints,

15 Daarom ook ik, gehoord hebbende het geloof in den Heere Jezus, dat onder u is, en de liefde tot al de heiligen,

EF 1:16 niet op te danken, u gedenkende bij mijn gebeden,

16 Cease not to give thanks for you, making mention of you in my prayers;

16 Houde niet op voor u te danken, gedenkende uwer in mijn gebeden;

EF 1:17 opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen:

17 That the God of our Lord Jesus Christ, the Father of glory, may give unto you the spirit of wisdom and revelation in the knowledge of him:

17 Opdat de God van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve den Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis;

EF 1:18 verlichte ogen [uws] harten, zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen,

18 The eyes of your understanding being enlightened; that ye may know what is the hope of his calling, and what the riches of the glory of his inheritance in the saints,

18 [Namelijk] verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten, welke zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen;

EF 1:19 en hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte zijner macht,

19 And what [is] the exceeding greatness of his power to us-ward who believe, according to the working of his mighty power,

19 En welke de uitnemende grootheid Zijner kracht zij aan ons, die geloven, naar de werking der sterkte Zijner macht,

EF 1:20 die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten,

20 Which he wrought in Christ, when he raised him from the dead, and set [him] at his own right hand in the heavenly [places],

20 Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft [Hem] gezet tot Zijn rechter [hand] in den hemel;

EF 1:21 boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw.

21 Far above all principality, and power, and might, and dominion, and every name that is named, not only in this world, but also in that which is to come:

21 Verre boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende;

EF 1:22 En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente,

22 And hath put all [things] under his feet, and gave him [to be] the head over all [things] to the church,

22 En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen;

EF 1:23 die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt.

23 Which is his body, the fulness of him that filleth all in all.

23 Welke Zijn lichaam is, [en] de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.

EF 2:1 Ook u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden,

1 And you [hath he quickened], who were dead in trespasses and sins;

1 En u [heeft Hij mede levend gemaakt], daar gij dood waart door de misdaden en de zonden;

EF 2:2 waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid,

2 Wherein in time past ye walked according to the course of this world, according to the prince of the power of the air, the spirit that now worketh in the children of disobedience:

2 In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid;

EF 2:3 - trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns -,

3 Among whom also we all had our conversation in times past in the lusts of our flesh, fulfilling the desires of the flesh and of the mind; and were by nature the children of wrath, even as others.

3 Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;

EF 2:4 God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad,

4 But God, who is rich in mercy, for his great love wherewith he loved us,

4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft,

EF 2:5 ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, - door genade zijt gij behouden -,

5 Even when we were dead in sins, hath quickened us together with Christ, (by grace ye are saved;)

5 Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft [ons] levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden)

EF 2:6 en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus,

6 And hath raised [us] up together, and made [us] sit together in heavenly [places] in Christ Jesus:

6 En heeft [ons] mede opgewekt, en heeft [ons] mede gezet in den hemel in Christus Jezus;

EF 2:7 om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar (zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

7 That in the ages to come he might shew the exceeding riches of his grace in [his] kindness toward us through Christ Jesus.

7 Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

EF 2:8 Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God;

8 For by grace are ye saved through faith; and that not of yourselves: [it is] the gift of God:

8 Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;

EF 2:9 niet uit werken, opdat niemand roeme.

9 Not of works, lest any man should boast.

9 Niet uit de werken, opdat niemand roeme.

EF 2:10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

10 For we are his workmanship, created in Christ Jesus unto good works, which God hath before ordained that we should walk in them.

10 Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.

EF 2:11 Bedenkt daarom dat gij, die vroeger heidenen waart naar het vlees, en onbesneden genoemd werdt door de zogenaamde besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het vlees is,

11 Wherefore remember, that ye [being] in time past Gentiles in the flesh, who are called Uncircumcision by that which is called the Circumcision in the flesh made by hands;

11 Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt;

EF 2:12 dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.

12 That at that time ye were without Christ, being aliens from the commonwealth of Israel, and strangers from the covenants of promise, having no hope, and without God in the world:

12 Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld.

EF 2:13 Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.

13 But now in Christ Jesus ye who sometimes were far off are made nigh by the blood of Christ.

13 Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.

EF 2:14 Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,

14 For he is our peace, who hath made both one, and hath broken down the middle wall of partition [between us];

14 Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,

EF 2:15 doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen,

15 Having abolished in his flesh the enmity, [even] the law of commandments [contained] in ordinances; for to make in himself of twain one new man, [so] making peace;

15 Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, [namelijk] de wet der geboden in inzettingen [bestaande]; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;

EF 2:16 en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.

16 And that he might reconcile both unto God in one body by the cross, having slain the enmity thereby:

16 En [opdat] Hij die beiden met God in een lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.

EF 2:17 En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren;

17 And came and preached peace to you which were afar off, and to them that were nigh.

17 En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en dien, die nabij waren.

EF 2:18 want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader.

18 For through him we both have access by one Spirit unto the Father.

18 Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een Geest tot den Vader.

EF 2:19 Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods,

19 Now therefore ye are no more strangers and foreigners, but fellowcitizens with the saints, and of the household of God;

19 Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;

EF 2:20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.

20 And are built upon the foundation of the apostles and prophets, Jesus Christ himself being the chief corner [stone];

20 Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;

EF 2:21 In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here,

21 In whom all the building fitly framed together groweth unto an holy temple in the Lord:

21 Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere;

EF 2:22 in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.

22 In whom ye also are builded together for an habitation of God through the Spirit.

22 Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.

EF 3:1 Daarom is het, dat ik, Paulus, die ter wille van Christus Jezus voor u, heidenen, in gevangenschap ben;

1 For this cause I Paul, the prisoner of Jesus Christ for you Gentiles,

1 Om deze oorzaak [ben] ik Paulus de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen zijt.

EF 3:2 - gij hebt immers gehoord van de bediening door Gods genade mij met het oog op u gegeven:

2 If ye have heard of the dispensation of the grace of God which is given me to you-ward:

2 Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u;

EF 3:3 dat mij door openbaring het geheimenis bekendgemaakt is, gelijk ik boven in het kort daarvan schreef.

3 How that by revelation he made known unto me the mystery; (as I wrote afore in few words,

3 Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, (gelijk ik met weinige [woorden] te voren geschreven heb;

EF 3:4 Daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het geheimenis van Christus,

4 Whereby, when ye read, ye may understand my knowledge in the mystery of Christ)

4 Waaraan gij, [dit] lezende, kunt bemerken mijn wetenschap, in deze verborgenheid van Christus),

EF 3:5 dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen, zijn apostelen en profeten:

5 Which in other ages was not made known unto the sons of men, as it is now revealed unto his holy apostles and prophets by the Spirit;

5 Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest;

EF 3:6 (dit geheimenis), dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie,

6 That the Gentiles should be fellowheirs, and of the same body, and partakers of his promise in Christ by the gospel:

6 [Namelijk] dat de heidenen zijn medeerfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;

EF 3:7 waarvan ik een dienaar geworden ben naar de genadegave Gods, die mij geschonken is naar de werking zijner kracht.

7 Whereof I was made a minister, according to the gift of the grace of God given unto me by the effectual working of his power.

7 Waarvan ik een dienaar geworden ben, naar de gave der genade Gods, die mij gegeven is, naar de werking Zijner kracht.

EF 3:8 Mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen,

8 Unto me, who am less than the least of all saints, is this grace given, that I should preach among the Gentiles the unsearchable riches of Christ;

8 Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus,

EF 3:9 en in het licht te stellen (wat) de bediening van het geheimenis (inhoudt), dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen,

9 And to make all [men] see what [is] the fellowship of the mystery, which from the beginning of the world hath been hid in God, who created all things by Jesus Christ:

9 En allen te verlichten, [dat zij mogen verstaan], welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van [alle] eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus;

EF 3:10 opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden,

10 To the intent that now unto the principalities and powers in heavenly [places] might be known by the church the manifold wisdom of God,

10 Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods;

EF 3:11 naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd,

11 According to the eternal purpose which he purposed in Christ Jesus our Lord:

11 Naar het eeuwig voornemen, dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onzen Heere;

EF 3:12 in wie wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen hebben door het geloof in Hem.

12 In whom we have boldness and access with confidence by the faith of him.

12 In Denwelken wij hebben de vrijmoedigheid, en den toegang met vertrouwen, door het geloof aan Hem.

EF 3:13 Daarom verzoek ik u met aandrang, de moed niet op te geven bij mijn verdrukkingen om uwentwil, want die zijn een eer voor u.

13 Wherefore I desire that ye faint not at my tribulations for you, which is your glory.

13 Daarom bid ik, dat gij niet vertraagt in mijn verdrukkingen voor u, hetwelke is uw heerlijkheid.

EF 3:14 Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader,

14 For this cause I bow my knees unto the Father of our Lord Jesus Christ,

14 Om deze oorzaak buig ik mijn knieen tot den Vader van onzen Heere Jezus Christus,

EF 3:15 naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt,

15 Of whom the whole family in heaven and earth is named,

15 Uit Welken al het geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt,

EF 3:16 opdat Hij u geve, naar de rijkdom zijner heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door zijn Geest in de inwendige mens,

16 That he would grant you, according to the riches of his glory, to be strengthened with might by his Spirit in the inner man;

16 Opdat Hij u geve, naar den rijkdom Zijner heerlijkheid, met kracht versterkt te worden door Zijn Geest in den inwendigen mens;

EF 3:17 opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. Geworteld en gegrond in de liefde,

17 That Christ may dwell in your hearts by faith; that ye, being rooted and grounded in love,

17 Opdat Christus door het geloof in uw harten wone, en gij in de liefde geworteld en gegrond zijt;

EF 3:18 zult gij dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is,

18 May be able to comprehend with all saints what [is] the breadth, and length, and depth, and height;

18 Opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, en lengte, en diepte, en hoogte zij,

EF 3:19 en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.

19 And to know the love of Christ, which passeth knowledge, that ye might be filled with all the fulness of God.

19 En bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot al de volheid Gods.

EF 3:20 Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen,

20 Now unto him that is able to do exceeding abundantly above all that we ask or think, according to the power that worketh in us,

20 Hem nu, Die machtig is meer dan overvloediglijk te doen, boven al wat wij bidden of denken, naar de kracht, die in ons werkt,

EF 3:21 Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.

21 Unto him [be] glory in the church by Christ Jesus throughout all ages, world without end. Amen.

21 Hem, [zeg ik], zij de heerlijkheid in de Gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot alle eeuwigheid. Amen.

EF 4:1 Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt,

1 I therefore, the prisoner of the Lord, beseech you that ye walk worthy of the vocation wherewith ye are called,

1 Zo bid ik u dan, ik, de gevangene in den Heere, dat gij wandelt waardiglijk der roeping, met welke gij geroepen zijt;

EF 4:2 met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen,

2 With all lowliness and meekness, with longsuffering, forbearing one another in love;

2 Met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde;

EF 4:3 en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes:

3 Endeavouring to keep the unity of the Spirit in the bond of peace.

3 U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door den band des vredes.

EF 4:4 één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping,

4 [There is] one body, and one Spirit, even as ye are called in one hope of your calling;

4 Een lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping;

EF 4:5 één Here, één geloof, één doop,

5 One Lord, one faith, one baptism,

5 Een Heere, een geloof, een doop,

EF 4:6 één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.

6 One God and Father of all, who [is] above all, and through all, and in you all.

6 Een God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen.

EF 4:7 Maar aan een ieder onzer afzonderlijk is de genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt.

7 But unto every one of us is given grace according to the measure of the gift of Christ.

7 Maar aan elkeen van ons is de genade gegeven, naar de maat der gave van Christus.

EF 4:8 Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen.

8 Wherefore he saith, When he ascended up on high, he led captivity captive, and gave gifts unto men.

8 Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft den mensen gaven gegeven.

EF 4:9 Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten?

9 (Now that he ascended, what is it but that he also descended first into the lower parts of the earth?

9 Nu dit: Hij is opgevaren; wat is het, dan dat Hij ook eerst is nedergedaald in de nederste delen der aarde?

EF 4:10 Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen.

10 He that descended is the same also that ascended up far above all heavens, that he might fill all things.)

10 Die nedergedaald is, is Dezelfde ook, Die opgevaren is verre boven al de hemelen, opdat Hij alle dingen vervullen zou.

EF 4:11 En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars,

11 And he gave some, apostles; and some, prophets; and some, evangelists; and some, pastors and teachers;

11 En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars;

EF 4:12 om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus,

12 For the perfecting of the saints, for the work of the ministry, for the edifying of the body of Christ:

12 Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus;

EF 4:13 totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus.

13 Till we all come in the unity of the faith, and of the knowledge of the Son of God, unto a perfect man, unto the measure of the stature of the fulness of Christ:

13 Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus;

EF 4:14 Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt,

14 That we [henceforth] be no more children, tossed to and fro, and carried about with every wind of doctrine, by the sleight of men, [and] cunning craftiness, whereby they lie in wait to deceive;

14 Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen;

EF 4:15 maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus.

15 But speaking the truth in love, may grow up into him in all things, which is the head, [even] Christ:

15 Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, [namelijk] Christus;

EF 4:16 En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde.

16 From whom the whole body fitly joined together and compacted by that which every joint supplieth, according to the effectual working in the measure of every part, maketh increase of the body unto the edifying of itself in love.

16 Uit Welken het gehele lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een iegelijk deel in [zijn] maat, den wasdom des lichaams bekomt, tot zijns zelfs opbouwing in de liefde.

EF 4:17 Dit zeg ik dan en betuig ik in de Here, dat gij niet langer moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken,

17 This I say therefore, and testify in the Lord, that ye henceforth walk not as other Gentiles walk, in the vanity of their mind,

17 Ik zeg dan dit, en betuig het in den Heere, dat gij niet meer wandelt, gelijk als de andere heidenen wandelen in de ijdelheid huns gemoeds.

EF 4:18 verduisterd in hun verstand, vervreemd van het leven Gods om de onwetendheid, die in hen heerst, om de verharding van hun hart.

18 Having the understanding darkened, being alienated from the life of God through the ignorance that is in them, because of the blindness of their heart:

18 Verduisterd in het verstand, vervreemd zijnde van het leven Gods, door de onwetendheid, die in hen is, door de verharding huns harten;

EF 4:19 Zij hebben zich immers in hun verdoving overgegeven aan de losbandigheid om gretig winst te slaan uit allerlei onreinheid.

19 Who being past feeling have given themselves over unto lasciviousness, to work all uncleanness with greediness.

19 Welke, ongevoelig geworden zijnde, zichzelven hebben overgegeven tot ontuchtigheid, om alle onreinigheid gieriglijk te bedrijven.

EF 4:20 Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen.

20 But ye have not so learned Christ;

20 Doch gij hebt Christus alzo niet geleerd;

EF 4:21 Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus,

21 If so be that ye have heard him, and have been taught by him, as the truth is in Jesus:

21 Indien gij naar Hem gehoord hebt, en door Hem geleerd zijt, gelijk de waarheid in Jezus is;

EF 4:22 dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten,

22 That ye put off concerning the former conversation the old man, which is corrupt according to the deceitful lusts;

22 [Te weten] dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding;

EF 4:23 dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken,

23 And be renewed in the spirit of your mind;

23 En dat gij zoudt vernieuwd worden in den geest uws gemoeds,

EF 4:24 en de nieuwe mens aandoet, die naar (de wil van) God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.

24 And that ye put on the new man, which after God is created in righteousness and true holiness.

24 En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.

EF 4:25 Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn naaste, omdat wij leden zijn van elkander.

25 Wherefore putting away lying, speak every man truth with his neighbour: for we are members one of another.

25 Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; want wij zijn elkanders leden.

EF 4:26 Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet: de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan;

26 Be ye angry, and sin not: let not the sun go down upon your wrath:

26 Wordt toornig, en zondigt niet; de zon ga niet onder over uw toornigheid;

EF 4:27 en geeft de duivel geen voet.

27 Neither give place to the devil.

27 En geeft den duivel geen plaats.

EF 4:28 Wie een dief was, stele niet meer, maar spanne zich liever in om met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets kan mededelen aan de behoeftige.

28 Let him that stole steal no more: but rather let him labour, working with [his] hands the thing which is good, that he may have to give to him that needeth.

28 Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebbe mede te delen dengene, die nood heeft.

EF 4:29 Geen liederlijk woord kome uit uw mond, maar als gij een goed (woord) hebt, tot opbouw, waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, genade ontvangen.

29 Let no corrupt communication proceed out of your mouth, but that which is good to the use of edifying, that it may minister grace unto the hearers.

29 Geen vuile rede ga uit uw mond, maar zo er enige goede [rede] is tot nuttige stichting, opdat zij genade geve dien, die dezelve horen.

EF 4:30 En bedroeft de heilige Geest Gods niet, door wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossing.

30 And grieve not the holy Spirit of God, whereby ye are sealed unto the day of redemption.

30 En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.

EF 4:31 Alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek worde uit uw midden gebannen, evenals alle kwaadaardigheid.

31 Let all bitterness, and wrath, and anger, and clamour, and evil speaking, be put away from you, with all malice:

31 Alle bitterheid, en toornigheid, en gramschap, en geroep, en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid;

EF 4:32 Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft.

32 And be ye kind one to another, tenderhearted, forgiving one another, even as God for Christ's sake hath forgiven you.

32 Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft.

EF 5:1 Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen,

1 Be ye therefore followers of God, as dear children;

1 Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen;

EF 5:2 en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk.

2 And walk in love, as Christ also hath loved us, and hath given himself for us an offering and a sacrifice to God for a sweetsmelling savour.

2 En wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft, en Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een welriekenden reuk.

EF 5:3 Maar van hoererij en allerlei onreinheid of hebzucht mag onder u zelfs geen sprake zijn, zoals het heiligen betaamt,

3 But fornication, and all uncleanness, or covetousness, let it not be once named among you, as becometh saints;

3 Maar hoererij en alle onreinigheid, of gierigheid, laat ook onder u niet genoemd worden, gelijkerwijs het den heiligen betaamt,

EF 5:4 en evenmin van onwelvoegelijkheid en zotte of losse taal, die geen pas geven, doch veeleer van dankzegging.

4 Neither filthiness, nor foolish talking, nor jesting, which are not convenient: but rather giving of thanks.

4 Noch oneerbaarheid, noch zot geklap, of gekkernij, welke niet betamen; maar veelmeer dankzegging.

EF 5:5 Want hiervan moet gij doordrongen zijn, dat in geen geval een hoereerder, onreine of geldgierige, dat is een afgodendienaar, erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en God.

5 For this ye know, that no whoremonger, nor unclean person, nor covetous man, who is an idolater, hath any inheritance in the kingdom of Christ and of God.

5 Want dit weet gij, dat geen hoereerder, of onreine, of gierigaard, die een afgodendienaar is, erfenis heeft in het Koninkrijk van Christus en van God.

EF 5:6 Laat niemand u misleiden met drogredenen, want door zulke dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid.

6 Let no man deceive you with vain words: for because of these things cometh the wrath of God upon the children of disobedience.

6 Dat u niemand verleide met ijdele woorden; want om deze dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid.

EF 5:7 Doet dan niet met hen mede.

7 Be not ye therefore partakers with them.

7 Zo zijt dan hun medegenoten niet.

EF 5:8 Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts,

8 For ye were sometimes darkness, but now [are ye] light in the Lord: walk as children of light:

8 Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts.

EF 5:9 - want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid -,

9 (For the fruit of the Spirit [is] in all goodness and righteousness and truth;)

9 (Want de vrucht des Geestes is in alle goedigheid, en rechtvaardigheid, en waarheid),

EF 5:10 en toetst wat de Here welbehagelijk is.

10 Proving what is acceptable unto the Lord.

10 Beproevende wat den Heere welbehagelijk zij.

EF 5:11 En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer,

11 And have no fellowship with the unfruitful works of darkness, but rather reprove [them].

11 En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook veeleer.

EF 5:12 want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht;

12 For it is a shame even to speak of those things which are done of them in secret.

12 Want hetgeen heimelijk van hen geschiedt, is schandelijk ook te zeggen.

EF 5:13 maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.

13 But all things that are reproved are made manifest by the light: for whatsoever doth make manifest is light.

13 Maar al deze dingen, van het licht bestraft zijnde, worden openbaar; want al wat openbaar maakt, is licht.

EF 5:14 Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.

14 Wherefore he saith, Awake thou that sleepest, and arise from the dead, and Christ shall give thee light.

14 Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij, die slaapt, en staat op uit de doden; en Christus zal over u lichten.

EF 5:15 Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen,

15 See then that ye walk circumspectly, not as fools, but as wise,

15 Ziet dan, hoe gij voorzichtiglijk wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen.

EF 5:16 u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.

16 Redeeming the time, because the days are evil.

16 Den tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn.

EF 5:17 Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.

17 Wherefore be ye not unwise, but understanding what the will of the Lord [is].

17 Daarom zijt niet onverstandig, maar verstaat, welke de wil des Heeren zij.

EF 5:18 En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest,

18 And be not drunk with wine, wherein is excess; but be filled with the Spirit;

18 En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest;

EF 5:19 en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte,

19 Speaking to yourselves in psalms and hymns and spiritual songs, singing and making melody in your heart to the Lord;

19 Sprekende onder elkander met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende den Heere in uw hart;

EF 5:20 dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles,

20 Giving thanks always for all things unto God and the Father in the name of our Lord Jesus Christ;

20 Dankende te allen tijd over alle dingen God en den Vader, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus;

EF 5:21 en weest elkander onderdanig in de vreze van Christus.

21 Submitting yourselves one to another in the fear of God.

21 Elkander onderdanig zijnde in de vreze Gods.

EF 5:22 Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here,

22 Wives, submit yourselves unto your own husbands, as unto the Lord.

22 Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan den Heere;

EF 5:23 want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt.

23 For the husband is the head of the wife, even as Christ is the head of the church: and he is the saviour of the body.

23 Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams.

EF 5:24 Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles.

24 Therefore as the church is subject unto Christ, so [let] the wives [be] to their own husbands in every thing.

24 Daarom, gelijk de Gemeente aan Christus onderdanig is, alzo ook de vrouwen aan haar eigen mannen in alles.

EF 5:25 Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft,

25 Husbands, love your wives, even as Christ also loved the church, and gave himself for it;

25 Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;

EF 5:26 om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord,

26 That he might sanctify and cleanse it with the washing of water by the word,

26 Opdat Hij haar heiligen zou, [haar] gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord;

EF 5:27 en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet.

27 That he might present it to himself a glorious church, not having spot, or wrinkle, or any such thing; but that it should be holy and without blemish.

27 Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.

EF 5:28 Zo zijn [ook] de mannen verplicht hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief;

28 So ought men to love their wives as their own bodies. He that loveth his wife loveth himself.

28 Alzo zijn de mannen schuldig hun eigen vrouwen lief te hebben, gelijk hun eigen lichamen. Die zijn eigen vrouw liefheeft, die heeft zichzelven lief.

EF 5:29 want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het, zoals Christus de gemeente,

29 For no man ever yet hated his own flesh; but nourisheth and cherisheth it, even as the Lord the church:

29 Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het, gelijkerwijs ook de Heere de Gemeente.

EF 5:30 omdat wij leden zijn van zijn lichaam.

30 For we are members of his body, of his flesh, and of his bones.

30 Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.

EF 5:31 Daarom zal een man [zijn] vader en [zijn] moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn.

31 For this cause shall a man leave his father and mother, and shall be joined unto his wife, and they two shall be one flesh.

31 Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen.

EF 5:32 Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en [op] de gemeente.

32 This is a great mystery: but I speak concerning Christ and the church.

32 Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg [dit, ziende] op Christus en op de Gemeente.

EF 5:33 Intussen ook gij, laat ieder voor zich zijn eigen vrouw zó liefhebben als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.

33 Nevertheless let every one of you in particular so love his wife even as himself; and the wife [see] that she reverence [her] husband.

33 Zo dan ook gijlieden, elk in het bijzonder, een iegelijk hebbe zijn eigen vrouw, alzo lief als zichzelven; en de vrouw [zie], dat zij den man vreze.

EF 6:1 Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam [in de Here], want dat is recht.

1 Children, obey your parents in the Lord: for this is right.

1 Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in den Heere; want dat is recht.

EF 6:2 Eer uw vader en uw moeder - dit is immers het eerste gebod, met een belofte -

2 Honour thy father and mother; (which is the first commandment with promise;)

2 Eert uw vader en moeder (hetwelk het eerste gebod is met een belofte),

EF 6:3 opdat het u welga en gij lang leeft op aarde.

3 That it may be well with thee, and thou mayest live long on the earth.

3 Opdat het u welga, en [dat] gij lang leeft op de aarde.

EF 6:4 En gij, vaders, verbittert uw kinderen niet, maar voedt hen op in de tucht en in de terechtwijzing des Heren.

4 And, ye fathers, provoke not your children to wrath: but bring them up in the nurture and admonition of the Lord.

4 En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren.

EF 6:5 Slaven, weest uw heren naar het vlees gehoorzaam met vreze en beven, in eenvoud uws harten, als aan Christus,

5 Servants, be obedient to them that are [your] masters according to the flesh, with fear and trembling, in singleness of your heart, as unto Christ;

5 Gij dienstknechten, zijt gehoorzaam [uw] heren naar het vlees, met vreze en beven, in eenvoudigheid uws harten, gelijk als aan Christus;

EF 6:6 niet met ogendienst, als mensenbehagers, maar door als slaven van Christus de wil Gods van harte te doen,

6 Not with eyeservice, as menpleasers; but as the servants of Christ, doing the will of God from the heart;

6 Niet naar ogendienst, als mensenbehagers, maar als dienstknechten van Christus, doende den wil van God van harte;

EF 6:7 en bereidwillig dienstbaar te zijn als aan de Here en niet aan mensen.

7 With good will doing service, as to the Lord, and not to men:

7 Dienende met goedwilligheid den Heere, en niet de mensen;

EF 6:8 Gij weet immers, dat een ieder, hetzij slaaf, hetzij vrije, al het goede, dat hij gedaan heeft, van de Here zal terugontvangen.

8 Knowing that whatsoever good thing any man doeth, the same shall he receive of the Lord, whether [he be] bond or free.

8 Wetende, dat zo wat goed een iegelijk gedaan zal hebben, hij datzelve van den Heere zal ontvangen, hetzij dienstknecht, hetzij vrije.

EF 6:9 En gij, heren, handelt evenzo jegens hen; laat het dreigen na. Gij weet immers, dat hun en uw Heer in de hemelen is, en bij Hem is geen aanzien des persoons.

9 And, ye masters, do the same things unto them, forbearing threatening: knowing that your Master also is in heaven; neither is there respect of persons with him.

9 En gij heren, doet hetzelfde bij hen, nalatende de dreiging; als die weet, dat ook uw eigen Heere in de hemelen is, en [dat] geen aanneming des persoons bij Hem is.

EF 6:10 Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht.

10 Finally, my brethren, be strong in the Lord, and in the power of his might.

10 Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte Zijner macht.

EF 6:11 Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels;

11 Put on the whole armour of God, that ye may be able to stand against the wiles of the devil.

11 Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.

EF 6:12 want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.

12 For we wrestle not against flesh and blood, but against principalities, against powers, against the rulers of the darkness of this world, against spiritual wickedness in high [places].

12 Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.

EF 6:13 Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.

13 Wherefore take unto you the whole armour of God, that ye may be able to withstand in the evil day, and having done all, to stand.

13 Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven.

EF 6:14 Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid,

14 Stand therefore, having your loins girt about with truth, and having on the breastplate of righteousness;

14 Staat dan, uw lenden omgord hebbende met de waarheid, en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid;

EF 6:15 de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes;

15 And your feet shod with the preparation of the gospel of peace;

15 En de voeten geschoeid hebbende met bereidheid van het Evangelie des vredes;

EF 6:16 neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven;

16 Above all, taking the shield of faith, wherewith ye shall be able to quench all the fiery darts of the wicked.

16 Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.

EF 6:17 en neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes, dat is het woord van God.

17 And take the helmet of salvation, and the sword of the Spirit, which is the word of God:

17 En neemt den helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord.

EF 6:18 En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen;

18 Praying always with all prayer and supplication in the Spirit, and watching thereunto with all perseverance and supplication for all saints;

18 Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in den Geest, en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen;

EF 6:19 ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken,

19 And for me, that utterance may be given unto me, that I may open my mouth boldly, to make known the mystery of the gospel,

19 En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken;

EF 6:20 waarvoor ik een gezant ben in ketenen. Dan zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals ik behoor te spreken.

20 For which I am an ambassador in bonds: that therein I may speak boldly, as I ought to speak.

20 Waarover ik een gezant ben in een keten, opdat ik in hetzelve vrijmoediglijk moge spreken, gelijk mij betaamt te spreken.

EF 6:21 Opdat ook gij van mij moogt weten, hoe het mij gaat, zal Tychikus, mijn geliefde broeder en getrouwe dienaar in de Here, u alles bekendmaken.

21 But that ye also may know my affairs, [and] how I do, Tychicus, a beloved brother and faithful minister in the Lord, shall make known to you all things:

21 En opdat ook gij moogt weten hetgeen mij aangaat; [en] wat ik doe, [dat] alles zal u Tychikus, de geliefde broeder en getrouwe dienaar in den Heere, bekend maken;

EF 6:22 Met dit doel heb ik hem tot u gezonden, dat gij onze omstandigheden zoudt weten en hij uw harten zou vertroosten.

22 Whom I have sent unto you for the same purpose, that ye might know our affairs, and [that] he might comfort your hearts.

22 Denwelken ik tot datzelfde einde tot u gezonden heb, opdat gij onze zaken zoudt weten, en hij uw harten zou vertroosten.

EF 6:23 Vrede zij de broeders en liefde met geloof, van God, de Vader, en van de Here Jezus Christus.

23 Peace [be] to the brethren, and love with faith, from God the Father and the Lord Jesus Christ.

23 Vrede zij den broederen, en liefde met geloof, van God den Vader, en den Heere Jezus Christus.

EF 6:24 De genade zij met allen, die onze Here Jezus Christus onvergankelijk liefhebben.

24 Grace [be] with all them that love our Lord Jesus Christ in sincerity. Amen.

24 De genade [zij] met al degenen, die onzen Heere Jezus Christus liefhebben in onverderfelijkheid. Amen.

 

[To [the] Ephesians written from Rome, by Tychicus.]