|
1TM 1:1 Paulus, een apostel van Christus Jezus naar
de opdracht van God, onze Heiland, en van Christus Jezus, onze hoop, |
1 Paul, an apostle of Jesus Christ by the commandment of God our
Saviour, and Lord Jesus Christ, [which is] our hope; |
1 Paulus, een apostel van Jezus Christus, naar het bevel van God, onzen
Zaligmaker, en den Heere Jezus Christus, [Die] onze Hope [is], |
|
1TM 1:2 aan Timoteüs, mijn waar kind in het geloof: genade,
barmhartigheid en vrede zij u van God, de Vader, en van Christus Jezus,
onze Here. |
2 Unto Timothy, [my] own son in the faith: Grace, mercy, [and] peace,
from God our Father and Jesus Christ our Lord. |
2 Aan Timotheus, [mijn] oprechten zoon in het geloof; genade,
barmhartigheid, vrede zij u van God, onzen Vader, en Christus Jezus, onzen
Heere. |
|
1TM 1:3 Doe, zoals ik u bij mijn reis naar Macedonië aangeraden heb:
blijf nog te Efeze, om sommigen te bevelen geen andere leer te brengen, |
3 As I besought thee to abide still at Ephesus, when I went into
Macedonia, that thou mightest charge some that they teach no other
doctrine, |
3 Gelijk ik u vermaand heb, dat gij te Efeze zoudt blijven, als ik naar
Macedonie reisde, [zo vermaan ik het u nog], opdat gij sommigen beveelt
geen andere leer te leren; |
|
1TM 1:4 noch zich bezig te houden met fabels en eindeloze
geslachtsregisters, die veeleer moeilijkheden ten gevolge hebben dan door
God gegeven leiding in het geloof. |
4 Neither give heed to fables and endless genealogies, which minister
questions, rather than godly edifying which is in faith: [so do]. |
4 Noch zich te begeven tot fabelen en oneindelijke geslachtsrekeningen,
welke meer [twist] vragen voortbrengen dan stichting Gods, die in het
geloof is. |
|
1TM 1:5 En het doel van (alle) vermaning is liefde uit een rein hart,
uit een goed geweten en een ongeveinsd geloof. |
5 Now the end of the commandment is charity out of a pure heart, and
[of] a good conscience, and [of] faith unfeigned: |
5 Maar het einde des gebods is liefde uit een rein hart, en [uit] een
goed geweten, en [uit] een ongeveinsd geloof. |
|
1TM 1:6 Door dit spoor te verlaten zijn sommigen vervallen tot ijdel
gepraat; |
6 From which some having swerved have turned aside unto vain jangling; |
6 Van dewelke sommigen afgeweken zijnde, zich gewend hebben tot
ijdelspreking; |
|
1TM 1:7 zij willen leraars der wet zijn, zonder ook maar te beseffen
wat zij zeggen of waarover zij zo stellig spreken. |
7 Desiring to be teachers of the law; understanding neither what they
say, nor whereof they affirm. |
7 Willende leraars der wet zijn, niet verstaande, noch wat zij zeggen,
noch wat zij bevestigen. |
|
1TM 1:8 Wij weten, dat de wet goed is, indien iemand haar wettig
toepast, |
8 But we know that the law [is] good, if a man use it lawfully; |
8 Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt; |
|
1TM 1:9 wel wetend, dat de wet niet gesteld is voor de rechtvaardige,
maar voor wettelozen en tuchtelozen, voor goddelozen en zondaars, voor
onverlaten en onheiligen, voor vadermoorders en moedermoorders en
doodslagers, |
9 Knowing this, that the law is not made for a righteous man, but for
the lawless and disobedient, for the ungodly and for sinners, for unholy
and profane, for murderers of fathers and murderers of mothers, for
manslayers, |
9 En hij dit weet, dat den rechtvaardigen de wet niet is gezet, maar
den onrechtvaardigen en den halsstarrigen, den goddelozen en den zondaren,
den onheiligen en den ongoddelijken, den vadermoorders en den
moedermoorders, den doodslagers, |
|
1TM 1:10 hoereerders, knapenschenders, zielverkopers, leugenaars,
meinedigen, en al wat verder ingaat tegen de gezonde leer, |
10 For whoremongers, for them that defile themselves with mankind, for
menstealers, for liars, for perjured persons, and if there be any other
thing that is contrary to sound doctrine; |
10 Den hoereerders, dien, die bij mannen liggen, den mensendieven, den
leugenaars, den meinedigen, en zo er iets anders tegen de gezonde leer is; |
|
1TM 1:11 in overeenstemming met het evangelie der heerlijkheid van de
zalige God, dat mij is toevertrouwd. |
11 According to the glorious gospel of the blessed God, which was
committed to my trust. |
11 Naar het Evangelie der heerlijkheid des zaligen Gods, dat mij
toebetrouwd is. |
|
1TM 1:12 Ik breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus
Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de
bediening gesteld heeft, |
12 And I thank Christ Jesus our Lord, who hath enabled me, for that he
counted me faithful, putting me into the ministry; |
12 En ik dank Hem, Die mij bekrachtigd heeft, [namelijk] Christus
Jezus, onzen Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, [mij] in de
bediening gesteld hebbende; |
|
1TM 1:13 hoewel ik vroeger een godslasteraar en een vervolger en een
geweldenaar was. Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn
onwetendheid, uit ongeloof, gedaan heb, |
13 Who was before a blasphemer, and a persecutor, and injurious: but I
obtained mercy, because I did [it] ignorantly in unbelief. |
13 Die te voren een [gods] lasteraar was, en een vervolger, en een
verdrukker; maar mij is barmhartigheid geschied, dewijl ik het ontwetende
gedaan heb in [mijn] ongelovigheid. |
|
1TM 1:14 en zeer overvloedig is de genade van onze Here geweest, met
het geloof en de liefde in Christus Jezus. |
14 And the grace of our Lord was exceeding abundant with faith and love
which is in Christ Jesus. |
14 Doch de genade onzes Heeren is zeer overvloedig geweest, met geloof
en liefde, die er is in Christus Jezus. |
|
1TM 1:15 Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus
Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een
eerste plaats inneem. |
15 This [is] a faithful saying, and worthy of all acceptation, that
Christ Jesus came into the world to save sinners; of whom I am chief. |
15 Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus
Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik
de voornaamste ben. |
|
1TM 1:16 Maar hiertoe is mij ontferming bewezen, dat Jezus Christus in
de eerste plaats in mij zijn ganse lankmoedigheid zou bewijzen tot een
voorbeeld voor hen, die later op Hem zouden vertrouwen ten eeuwigen leven. |
16 Howbeit for this cause I obtained mercy, that in me first Jesus
Christ might shew forth all longsuffering, for a pattern to them which
should hereafter believe on him to life everlasting. |
16 Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in
mij, die de voornaamste ben, al [Zijn] lankmoedigheid zou betonen, tot een
voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven. |
|
1TM 1:17 De Koning der eeuwen, de onvergankelijke, de onzienlijke, de
enige God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen. |
17 Now unto the King eternal, immortal, invisible, the only wise God,
[be] honour and glory for ever and ever. Amen. |
17 Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken,
den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen. |
|
1TM 1:18 Deze opdracht vertrouw ik u toe, mijn kind Timoteüs,
overeenkomstig de profetieën, die vroeger aangaande u zijn uitgesproken,
opdat gij, u daarnaar richtend, de goede strijd strijdt |
18 This charge I commit unto thee, son Timothy, according to the
prophecies which went before on thee, that thou by them mightest war a
good warfare; |
18 Dit gebod beveel ik u, [mijn] zoon Timotheus, dat gij naar de
profetieen, die van u voorgegaan zijn, in dezelve den goeden strijd
strijdt; |
|
1TM 1:19 met geloof en met een goed geweten. Omdat sommigen dit hebben
verworpen, heeft hun geloof schipbreuk geleden. |
19 Holding faith, and a good conscience; which some having put away
concerning faith have made shipwreck: |
19 Houdende het geloof, en een goed geweten, hetwelk sommigen verstoten
hebbende, van het geloof schipbreuk geleden hebben; |
|
1TM 1:20 Tot hen behoren Hymeneüs en Alexander, die ik aan de satan
heb overgegeven, opdat hun het lasteren worde afgeleerd. |
20 Of whom is Hymenaeus and Alexander; whom I have delivered unto
Satan, that they may learn not to blaspheme. |
20 Onder welken is Hymeneus en Alexander, die ik den satan overgegeven
heb, opdat zij zouden leren niet [meer] te lasteren. |
|
1TM 2:1 Ik vermaan u dan allereerst smekingen,
gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, |
1 I exhort therefore, that, first of all, supplications, prayers,
intercessions, [and] giving of thanks, be made for all men; |
1 Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen,
gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen; |
|
1TM 2:2 voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en
rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid. |
2 For kings, and [for] all that are in authority; that we may lead a
quiet and peaceable life in all godliness and honesty. |
2 Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust
en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid. |
|
1TM 2:3 Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, |
3 For this [is] good and acceptable in the sight of God our Saviour; |
3 Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker; |
|
1TM 2:4 die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der
waarheid komen. |
4 Who will have all men to be saved, and to come unto the knowledge of
the truth. |
4 Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid
komen. |
|
1TM 2:5 Want er is één God en ook één middelaar tussen God en
mensen, de mens Christus Jezus, |
5 For [there is] one God, and one mediator between God and men, the man
Christ Jesus; |
5 Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de
Mens Christus Jezus; |
|
1TM 2:6 die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan
wordt getuigd te juister tijd. |
6 Who gave himself a ransom for all, to be testified in due time. |
6 Die Zichzelven gegeven heeft [tot] een rantsoen voor allen, [zijnde]
de getuigenis te zijner tijd; |
|
1TM 2:7 En ik ben daartoe als een verkondiger en een apostel gesteld -
ik spreek waarheid en geen leugen - als een leermeester der heidenen in
geloof en waarheid. |
7 Whereunto I am ordained a preacher, and an apostle, (I speak the
truth in Christ, [and] lie not;) a teacher of the Gentiles in faith and
verity. |
7 Waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in
Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen, in geloof en waarheid. |
|
1TM 2:8 Ik wil dan, dat de mannen op iedere plaats bidden met opheffing
van heilige handen, zonder toorn en twist. |
8 I will therefore that men pray every where, lifting up holy hands,
without wrath and doubting. |
8 Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen, opheffende heilige
handen, zonder toorn en twisting. |
|
1TM 2:9 Evenzo, dat de vrouwen zich sieren met waardige klederdracht,
zedig en ingetogen, niet met haarvlechten en goud of paarlen en kostbare
kleding, |
9 In like manner also, that women adorn themselves in modest apparel,
with shamefacedness and sobriety; not with broided hair, or gold, or
pearls, or costly array; |
9 Desgelijks ook, dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad, met schaamte
en matigheid zichzelven versieren, niet in vlechtingen [des haars], of
goud, of paarlen, of kostelijke kleding; |
|
1TM 2:10 maar - zó immers betaamt het vrouwen, die voor haar
godsvrucht uitkomen - door goede werken. |
10 But (which becometh women professing godliness) with good works. |
10 Maar (hetwelk de vrouwen betaamt, die de godvruchtigheid belijden)
door goede werken. |
|
1TM 2:11 Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten
onderrichten, |
11 Let the woman learn in silence with all subjection. |
11 Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid. |
|
1TM 2:12 maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag
over de man heeft; zij moet zich rustig houden. |
12 But I suffer not a woman to teach, nor to usurp authority over the
man, but to be in silence. |
12 Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man
heerse, maar [wil], dat zij in stilheid zij. |
|
1TM 2:13 Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva. |
13 For Adam was first formed, then Eve. |
13 Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. |
|
1TM 2:14 En Adam heeft zich niet laten verleiden, maar de vrouw is door
de verleiding in overtreding gevallen; |
14 And Adam was not deceived, but the woman being deceived was in the
transgression. |
14 En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is
in overtreding geweest. |
|
1TM 2:15 doch zij zal behouden worden, kinderen ter wereld brengende,
indien zij blijft in geloof, liefde en heiliging, met ingetogenheid. |
15 Notwithstanding she shall be saved in childbearing, if they continue
in faith and charity and holiness with sobriety. |
15 Doch zij zal zalig worden in kinderen te baren, zo zij blijft in het
geloof, en liefde, en heiligmaking, met matigheid. |
|
1TM 3:1 Dit is een betrouwbaar woord: indien iemand
staat naar het opzienersambt, dan begeert hij een voortreffelijke taak. |
1 This [is] a true saying, If a man desire the office of a bishop, he
desireth a good work. |
1 Dit is een getrouw woord: zo iemand tot eens opzieners ambt lust
heeft, die begeert een treffelijk werk. |
|
1TM 3:2 Een opziener dan moet zijn onbesproken, de man van één vrouw,
nuchter, bezadigd, beschaafd, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen, |
2 A bishop then must be blameless, the husband of one wife, vigilant,
sober, of good behaviour, given to hospitality, apt to teach; |
2 Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouwe man, wakker,
matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren; |
|
1TM 3:3 niet aan de wijn verslaafd, niet opvliegend, maar vriendelijk,
niet strijdlustig of geldzuchtig, |
3 Not given to wine, no striker, not greedy of filthy lucre; but
patient, not a brawler, not covetous; |
3 Niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuilgewinzoeker; maar
bescheiden, geen vechter, niet geldgierig. |
|
1TM 3:4 een goed bestierder van zijn eigen huis, die met alle
waardigheid zijn kinderen onder tucht houdt; |
4 One that ruleth well his own house, having his children in subjection
with all gravity; |
4 Die zijn eigen huis wel regeert, [zijn] kinderen in onderdanigheid
houdende, met alle stemmigheid; |
|
1TM 3:5 indien echter iemand zijn eigen huis niet weet te bestieren,
hoe zal hij voor de gemeente Gods zorgen? |
5 (For if a man know not how to rule his own house, how shall he take
care of the church of God?) |
5 (Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij
voor de Gemeente Gods zorg dragen?) |
|
1TM 3:6 Hij mag niet een pas bekeerde zijn, opdat hij niet door
opgeblazenheid in het oordeel des duivels valle. |
6 Not a novice, lest being lifted up with pride he fall into the
condemnation of the devil. |
6 Geen nieuweling, opdat hij niet opgeblazen worde, en in het oordeel
des duivels valle. |
|
1TM 3:7 Hij moet ook gunstig bekend zijn bij de buitenstaanden, opdat
hij niet in opspraak kome en in een strik des duivels valle. |
7 Moreover he must have a good report of them which are without; lest
he fall into reproach and the snare of the devil. |
7 En hij moet ook een goede getuigenis hebben van degenen, die buiten
zijn, opdat hij niet valle in smaadheid, en [in] den strik des duivels. |
|
1TM 3:8 Evenzo moeten de diakenen waardig zijn, niet met twee tongen
sprekende, niet verzot op veel wijn, niet op winstbejag uit, |
8 Likewise [must] the deacons [be] grave, not doubletongued, not given
to much wine, not greedy of filthy lucre; |
8 De diakenen insgelijks [moeten] eerbaar [zijn], niet tweetongig, niet
die zich tot veel wijns begeven, geen vuilgewinzoekers; |
|
1TM 3:9 maar het geheimenis des geloofs bewarend in een rein geweten. |
9 Holding the mystery of the faith in a pure conscience. |
9 Houdende de verborgenheid des geloofs in een rein geweten. |
|
1TM 3:10 Laten ook dezen eerst op de proef gesteld worden, om daarna,
als zij onberispelijk blijken, hun dienst te vervullen. |
10 And let these also first be proved; then let them use the office of
a deacon, being [found] blameless. |
10 En dat deze ook eerst beproefd worden, [en] dat zij daarna dienen,
zo zij onbestraffelijk zijn. |
|
1TM 3:11 Evenzo moeten (hun) vrouwen zijn: waardig, geen
kwaadspreeksters, nuchter, betrouwbaar in alles. |
11 Even so [must their] wives [be] grave, not slanderers, sober,
faithful in all things. |
11 De vrouwen insgelijks [moeten] eerbaar [zijn], geen lasteraarsters,
wakker, getrouw in alles. |
|
1TM 3:12 Diakenen moeten mannen van één vrouw zijn, hun kinderen en
hun eigen huis goed bestieren. |
12 Let the deacons be the husbands of one wife, ruling their children
and their own houses well. |
12 Dat de diakenen ener vrouwe mannen zijn, die [hun] kinderen en hun
eigen huizen wel regeren. |
|
1TM 3:13 Want zij, die hun dienst goed hebben vervuld, verwerven zich
een ereplaats en veel vrijmoedigheid om te spreken door het geloof in
Christus Jezus. |
13 For they that have used the office of a deacon well purchase to
themselves a good degree, and great boldness in the faith which is in
Christ Jesus. |
13 Want die wel gediend hebben, verkrijgen zichzelven een goeden
opgang, en vele vrijmoedigheid in het geloof, hetwelk is in Christus
Jezus. |
|
1TM 3:14 Dit schrijf ik u, hoewel ik vrij spoedig tot u hoop te komen. |
14 These things write I unto thee, hoping to come unto thee shortly: |
14 Deze dingen schrijf ik u, hopende zeer haast tot u te komen; |
|
1TM 3:15 Mocht ik nog uitblijven, dan weet gij, hoe men zich behoort te
gedragen in het huis Gods, dat is de gemeente van de levende God, een
pijler en fundament der waarheid. |
15 But if I tarry long, that thou mayest know how thou oughtest to
behave thyself in the house of God, which is the church of the living God,
the pillar and ground of the truth. |
15 Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods
moet verkeren, hetwelk is de Gemeente des levenden Gods, een pilaar en
vastigheid der waarheid. |
|
1TM 3:16 En buiten twijfel, groot is het geheimenis der godsvrucht: Die
Zich geopenbaard heeft in het vlees, is gerechtvaardigd door de Geest, is
verschenen aan de engelen, is verkondigd onder de heidenen, geloofd in de
wereld, opgenomen in heerlijkheid. |
16 And without controversy great is the mystery of godliness: God was
manifest in the flesh, justified in the Spirit, seen of angels, preached
unto the Gentiles, believed on in the world, received up into glory. |
16 En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot:
God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is
gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de
wereld, is opgenomen in heerlijkheid. |
|
1TM 4:1 Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in
latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij
dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen, |
1 Now the Spirit speaketh expressly, that in the latter times some
shall depart from the faith, giving heed to seducing spirits, and
doctrines of devils; |
1 Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen
zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en
leringen der duivelen, |
|
1TM 4:2 door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen
geweten gebrandmerkt zijn, |
2 Speaking lies in hypocrisy; having their conscience seared with a hot
iron; |
2 Door geveinsdheid der leugensprekers, hebbende hun eigen geweten
[als] met een brandijzer toegeschroeid; |
|
1TM 4:3 het huwelijk verbieden en het genot van spijzen, welke God toch
geschapen heeft om met dankzegging te worden gebruikt door de gelovigen,
die tot erkentenis der waarheid gekomen zijn. |
3 Forbidding to marry, [and commanding] to abstain from meats, which
God hath created to be received with thanksgiving of them which believe
and know the truth. |
3 Verbiedende te huwelijken, [gebiedende] van spijzen te onthouden, die
God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging, voor de gelovigen, en
die de waarheid hebben bekend. |
|
1TM 4:4 Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets daarvan is
verwerpelijk, als het met dankzegging aanvaard wordt: |
4 For every creature of God [is] good, and nothing to be refused, if it
be received with thanksgiving: |
4 Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met
dankzegging genomen zijnde; |
|
1TM 4:5 want het wordt geheiligd door het woord Gods en door gebed. |
5 For it is sanctified by the word of God and prayer. |
5 Want het wordt geheiligd door het Woord van God, en [door] het gebed. |
|
1TM 4:6 Als gij dit de broeders voorhoudt, zult gij een goed dienaar
van Christus Jezus zijn, wèl onderlegd in de woorden des geloofs en der
goede leer, die gij gevolgd zijt; |
6 If thou put the brethren in remembrance of these things, thou shalt
be a good minister of Jesus Christ, nourished up in the words of faith and
of good doctrine, whereunto thou hast attained. |
6 Als gij deze dingen den broederen voorstelt, zo zult gij een goed
dienaar van Jezus Christus zijn, opgevoed in de woorden des geloofs en der
goede leer, welke gij achtervolgd hebt. |
|
1TM 4:7 maar wees afkerig van onheilige oudevrouwenpraat. Oefen u in de
godsvrucht. |
7 But refuse profane and old wives' fables, and exercise thyself
[rather] unto godliness. |
7 Maar verwerp de ongoddelijke en oudwijfse fabelen; en oefen uzelven
tot godzaligheid. |
|
1TM 4:8 Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de
godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in
heden en toekomst. |
8 For bodily exercise profiteth little: but godliness is profitable
unto all things, having promise of the life that now is, and of that which
is to come. |
8 Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut; maar de godzaligheid
is tot alle dingen nut, hebbende de belofte des tegenwoordigen en des
toekomenden levens. |
|
1TM 4:9 Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard. |
9 This [is] a faithful saying and worthy of all acceptation. |
9 Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig. |
|
1TM 4:10 Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanning,
omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Heiland is
voor alle mensen, inzonderheid voor de gelovigen. |
10 For therefore we both labour and suffer reproach, because we trust
in the living God, who is the Saviour of all men, specially of those that
believe. |
10 Want hiertoe arbeiden wij ook, en worden versmaad, omdat wij gehoopt
hebben op den levenden God, Die een Behouder is aller mensen, [maar]
allermeest der gelovigen. |
|
1TM 4:11 Beveel en leer dit. |
11 These things command and teach. |
11 Beveel deze dingen, en leer ze. |
|
1TM 4:12 Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees
een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof
en in reinheid. |
12 Let no man despise thy youth; but be thou an example of the
believers, in word, in conversation, in charity, in spirit, in faith, in
purity. |
12 Niemand verachte uw jonkheid, maar zijt een voorbeeld der gelovigen
in woord, in wandel, in liefde, in den geest, in geloof, in reinheid. |
|
1TM 4:13 In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het
voorlezen, het vermanen en het leren. |
13 Till I come, give attendance to reading, to exhortation, to
doctrine. |
13 Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren, totdat ik
kome. |
|
1TM 4:14 Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een
profetenwoord geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke
oudsten. |
14 Neglect not the gift that is in thee, which was given thee by
prophecy, with the laying on of the hands of the presbytery. |
14 Verzuim de gave niet, die in u is, die u gegeven is door de
profetie, met oplegging der handen des ouderlingschaps. |
|
1TM 4:15 Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen blijke, dat
gij vooruitgaat. |
15 Meditate upon these things; give thyself wholly to them; that thy
profiting may appear to all. |
15 Bedenk deze dingen, wees hierin [bezig], opdat uw toenemen openbaar
zij in alles. |
|
1TM 4:16 Zie toe op uzelf en op de leer, volhard in deze dingen; want
door dit te doen zult gij zowel uzelf als hen, die u horen, behouden. |
16 Take heed unto thyself, and unto the doctrine; continue in them: for
in doing this thou shalt both save thyself, and them that hear thee. |
16 Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende,
zult gij en uzelven behouden, en die u horen. |
|
1TM 5:1 Word niet heftig tegen een oude man, maar
vermaan hem als een vader; doe het jonge mannen als broeders, |
1 Rebuke not an elder, but intreat [him] as a father; [and] the younger
men as brethren; |
1 Bestraf een ouden [man] niet hardelijk, maar vermaan [hem] als een
vader; de jonge als broeders; |
|
1TM 5:2 oude vrouwen als moeders, jonge vrouwen als zusters, in alle
reinheid. |
2 The elder women as mothers; the younger as sisters, with all purity. |
2 De oude [vrouwen] als moeders; de jonge als zusters, in alle
reinheid. |
|
1TM 5:3 Houd als weduwen in ere, wie waarlijk weduwen zijn. |
3 Honour widows that are widows indeed. |
3 Eer de weduwen, die waarlijk weduwen zijn. |
|
1TM 5:4 Maar indien een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, laten
zij dan eerst aan eigen familie godsvrucht tonen en aan het vorig geslacht
vergelden wat zij hun te danken hebben, want dit is welgevallig aan God. |
4 But if any widow have children or nephews, let them learn first to
shew piety at home, and to requite their parents: for that is good and
acceptable before God. |
4 Maar zo enige weduwe kinderen heeft, of kindskinderen, dat die leren
eerst aan hun eigen huis godzaligheid oefenen, en den voorouderen
wedervergelding te doen; want dat is goed en aangenaam voor God. |
|
1TM 5:5 Een ware weduwe dan, die alleen staat, heeft haar hoop op God
gevestigd en volhardt in haar smekingen en gebeden dag en nacht; |
5 Now she that is a widow indeed, and desolate, trusteth in God, and
continueth in supplications and prayers night and day. |
5 Die nu waarlijk weduwe is, en alleen gelaten, die hoopt op God, en
blijft in smekingen en gebeden nacht en dag. |
|
1TM 5:6 doch zij, die een los leven leidt, is levend dood. |
6 But she that liveth in pleasure is dead while she liveth. |
6 Maar die haar wellust volgt, die is levende gestorven. |
|
1TM 5:7 Ook deze dingen moet gij bevelen, opdat zij onberispelijk
blijven. |
7 And these things give in charge, that they may be blameless. |
7 En beveel dit, opdat zij onberispelijk zijn. |
|
1TM 5:8 Maar indien een vrouw voor de haren, en nog wel voor haar
huisgenoten, niet zorgt, dan heeft zij haar geloof verloochend en is zij
erger dan een ongelovige. |
8 But if any provide not for his own, and specially for those of his
own house, he hath denied the faith, and is worse than an infidel. |
8 Doch zo iemand de zijnen, en voornamelijk [zijn] huisgenoten, niet
verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een
ongelovige. |
|
1TM 5:9 Als weduwe kome in aanmerking iemand niet beneden de zestig
jaren, die de vrouw geweest is van één man; |
9 Let not a widow be taken into the number under threescore years old,
having been the wife of one man, |
9 Dat een weduwe gekozen worde niet minder dan van zestig jaren, welke
eens mans vrouw geweest zij; |
|
1TM 5:10 inzake goede werken moet van haar getuigd kunnen worden, dat
zij kinderen grootgebracht heeft, gastvrijheid bewezen, de voeten der
heiligen gewassen, verdrukten ondersteund en alle goed werk behartigd
heeft. |
10 Well reported of for good works; if she have brought up children, if
she have lodged strangers, if she have washed the saints' feet, if she
have relieved the afflicted, if she have diligently followed every good
work. |
10 Getuigenis hebbende van goede werken: zo zij kinderen opgevoed
heeft, zo zij [gaarne] heeft geherbergd, zo zij der heiligen voeten heeft
gewassen, zo zij den verdrukten genoegzame hulp gedaan heeft, zo zij alle
goed werk nagetracht heeft. |
|
1TM 5:11 Maar wijs jonge weduwen af, want wanneer de zinnen haar van
Christus aftrekken, willen zij huwen, |
11 But the younger widows refuse: for when they have begun to wax
wanton against Christ, they will marry; |
11 Maar neem de jonge weduwen niet aan; want als zij weelderig geworden
zijn tegen Christus, zo willen zij huwelijken; |
|
1TM 5:12 en halen een oordeel over zich, omdat zij haar eerste trouw
hebben verzaakt. |
12 Having damnation, because they have cast off their first faith. |
12 Hebbende [haar] oordeel, omdat zij [haar] eerste geloof hebben te
niet gedaan. |
|
1TM 5:13 Maar tegelijk wennen zij zich eraan de huizen rond te gaan bij
gebrek aan bezigheid, en niet alleen zonder bezigheid, maar ook bezig met
praatjes en al te bezig met het spreken over onbehoorlijke dingen. |
13 And withal they learn [to be] idle, wandering about from house to
house; and not only idle, but tattlers also and busybodies, speaking
things which they ought not. |
13 En meteen ook leren zij ledig omgaan bij de huizen; en zijn niet
alleen ledig, maar ook klapachtig, en ijdele dingen doende, sprekende,
hetgeen niet betaamt. |
|
1TM 5:14 Ik wil daarom, dat de jonge weduwen huwen, kinderen krijgen,
haar huis bestieren, en niet door lasterpraat aan de tegenpartij vat op
zich geven. |
14 I will therefore that the younger women marry, bear children, guide
the house, give none occasion to the adversary to speak reproachfully. |
14 Ik wil dan, dat de jonge [weduwen] huwelijken, kinderen telen, het
huis regeren, geen oorzaak van lastering aan de wederpartij geven. |
|
1TM 5:15 Want reeds zijn sommigen afgeweken, de satan achterna. |
15 For some are already turned aside after Satan. |
15 Want enigen hebben zich alrede afgewend achter den satan. |
|
1TM 5:16 Indien een gelovige vrouw weduwen bij zich heeft, laat zij die
ondersteunen, zodat de gemeente er niet door bezwaard wordt; dan kan deze
de werkelijke weduwen ondersteunen. |
16 If any man or woman that believeth have widows, let them relieve
them, and let not the church be charged; that it may relieve them that are
widows indeed. |
16 Zo enig gelovig [man], of gelovige [vrouw] weduwen heeft, dat die
haar genoegzame hulp doe, en dat de Gemeente niet bezwaard worde, opdat
zij degenen, die waarlijk weduwen zijn, genoegzame hulp doen moge. |
|
1TM 5:17 De oudsten, die goede leiding geven, komt dubbel eerbewijs
toe, vooral hun, die zich belasten met prediking en onderricht. |
17 Let the elders that rule well be counted worthy of double honour,
especially they who labour in the word and doctrine. |
17 Dat de ouderlingen, die wel regeren, dubbele eer waardig geacht
worden, voornamelijk die arbeiden in het Woord en de leer. |
|
1TM 5:18 Immers, de Schrift zegt: Gij zult een dorsende os niet
muilbanden, en: De arbeider is zijn loon waard. |
18 For the scripture saith, Thou shalt not muzzle the ox that treadeth
out the corn. And, The labourer [is] worthy of his reward. |
18 Want de Schrift zegt: Een dorsenden os zult gij niet muilbanden; en:
De arbeider is zijn loon waardig. |
|
1TM 5:19 Gij moet geen klacht tegen een oudste aannemen, tenzij er twee
of drie getuigen zijn. |
19 Against an elder receive not an accusation, but before two or three
witnesses. |
19 Neem tegen een ouderling geen beschuldiging aan, anders dan onder
twee of drie getuigen. |
|
1TM 5:20 Wie in zonde leven, moet gij in aller tegenwoordigheid
bestraffen, opdat ook de overigen ontzag hebben. |
20 Them that sin rebuke before all, that others also may fear. |
20 Bestraf die zondigen in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de
anderen vreze mogen hebben. |
|
1TM 5:21 Ik betuig u voor God en voor Christus Jezus en voor de
uitverkoren engelen, dat gij daaraan de hand houdt, zonder vooroordeel en
zonder iets te doen uit vooringenomenheid. |
21 I charge [thee] before God, and the Lord Jesus Christ, and the elect
angels, that thou observe these things without preferring one before
another, doing nothing by partiality. |
21 Ik betuig voor God, en den Heere Jezus Christus, en de uitverkoren
engelen, dat gij deze dingen onderhoudt, zonder vooroordeel, niets doende
naar toegenegenheid. |
|
1TM 5:22 Leg niemand overijld de handen op, heb ook geen deel aan de
zonden van anderen, houd u rein. |
22 Lay hands suddenly on no man, neither be partaker of other men's
sins: keep thyself pure. |
22 Leg niemand haastelijk de handen op, en heb geen gemeenschap aan
anderer zonden; bewaar uzelven rein. |
|
1TM 5:23 Drink voortaan niet (alleen) water, maar gebruik een weinig
wijn voor uw maag en voor uw gedurige ongesteldheden. |
23 Drink no longer water, but use a little wine for thy stomach's sake
and thine often infirmities. |
23 Drink niet langer water [alleen], maar gebruik een weinig wijn, om
uw maag en uw menigvuldige zwakheden. |
|
1TM 5:24 Van sommige mensen zijn de zonden zo duidelijk, dat zij voor
hen uitgaan naar het gericht, bij anderen komen zij achteraan. |
24 Some men's sins are open beforehand, going before to judgment; and
some [men] they follow after. |
24 Van sommige mensen zijn de zonden te voren openbaar, en gaan voor
tot [hun] veroordeling; en in sommigen ook volgen zij na. |
|
1TM 5:25 Zo zijn ook de goede werken aanstonds duidelijk, en die,
waarmede het anders gesteld is, kunnen niet verborgen blijven. |
25 Likewise also the good works [of some] are manifest beforehand; and
they that are otherwise cannot be hid. |
25 Desgelijks ook de goede werken zijn te voren openbaar, en daar het
anders mede gelegen is, kunnen niet verborgen worden. |
|
1TM 6:1 Allen, die onder een slavenjuk zijn, moeten
hun meesters alle eer waardig achten, opdat de naam Gods en de leer geen
smaad lijden. |
1 Let as many servants as are under the yoke count their own masters
worthy of all honour, that the name of God and [his] doctrine be not
blasphemed. |
1 De dienstknechten, zovelen als er onder het juk zijn, zullen hun
heren alle eer waardig achten, opdat de Naam van God, en de leer niet
gelasterd worde. |
|
1TM 6:2 Zij, die gelovige meesters hebben, moeten hen niet
geringschatten, omdat zij broeders zijn, doch des te betere slaven wezen,
omdat (hun meesters) gelovigen en geliefden zijn, die zich beijveren wèl
te doen. Leer en vermaan in deze zin. |
2 And they that have believing masters, let them not despise [them],
because they are brethren; but rather do [them] service, because they are
faithful and beloved, partakers of the benefit. These things teach and
exhort. |
2 En die gelovige heren hebben, zullen hen niet verachten, omdat zij
broeders zijn; maar zullen hen te meer dienen, omdat zij gelovig en
geliefd zijn, als die deze weldaad mede deelachtig zijn. Leer en vermaan
deze dingen. |
|
1TM 6:3 Indien iemand een andere leer verkondigt en zich niet voegt
naar de gezonde woorden van onze Here Jezus Christus en de leer der
godsvrucht, |
3 If any man teach otherwise, and consent not to wholesome words,
[even] the words of our Lord Jesus Christ, and to the doctrine which is
according to godliness; |
3 Indien iemand een andere leer leert, en niet overeenkomt met de
gezonde woorden van onzen Heere Jezus Christus, en met de leer, die naar
de godzaligheid is, |
|
1TM 6:4 dan is hij opgeblazen, hoewel hij niets weet, en heeft hij een
zwak voor geschillen en haarkloverijen, een bron van nijd, twist,
lasteringen, kwade vermoedens, |
4 He is proud, knowing nothing, but doting about questions and strifes
of words, whereof cometh envy, strife, railings, evil surmisings, |
4 Die is opgeblazen, en weet niets, maar hij raast omtrent [twist]
vragen en woordenstrijd; uit welke komt nijd, twist, lasteringen, kwade
nadenkingen. |
|
1TM 6:5 en geharrewar bij mensen die niet helder meer zijn van denken
en het spoor der waarheid bijster geraakt zijn, daar zij de godsvrucht als
iets winstgevends beschouwen. |
5 Perverse disputings of men of corrupt minds, and destitute of the
truth, supposing that gain is godliness: from such withdraw thyself. |
5 Verkeerde krakelingen van mensen, die een verdorven verstand hebben,
en van de waarheid beroofd zijn, menende, dat de godzaligheid een gewin
zij. Wijk af van dezulken. |
|
1TM 6:6 Nu brengt inderdaad de godsvrucht grote winst, (indien zij
gepaard gaat) met tevredenheid. |
6 But godliness with contentment is great gain. |
6 Doch de godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging. |
|
1TM 6:7 Want wij hebben niets op de wereld medegebracht; wij kunnen er
ook niets uit medenemen. |
7 For we brought nothing into [this] world, [and it is] certain we can
carry nothing out. |
7 Want wij hebben niets in de wereld gebracht, het is openbaar, dat wij
ook niet kunnen iets daaruit dragen. |
|
1TM 6:8 Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat
genoeg zijn. |
8 And having food and raiment let us be therewith content. |
8 Maar als wij voedsel en deksel hebben, wij zullen daarmede vergenoegd
zijn. |
|
1TM 6:9 Maar wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik,
en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in
verderf en ondergang. |
9 But they that will be rich fall into temptation and a snare, and
[into] many foolish and hurtful lusts, which drown men in destruction and
perdition. |
9 Doch die rijk willen worden, vallen in verzoeking, en [in] den strik,
en [in] vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke de mensen doen
verzinken in verderf en ondergang. |
|
1TM 6:10 Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door daarnaar
te haken zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele
smarten doorboord. |
10 For the love of money is the root of all evil: which while some
coveted after, they have erred from the faith, and pierced themselves
through with many sorrows. |
10 Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad, tot welke
sommigen lust hebbende zijn afgedwaald van het geloof, en hebben
zichzelven met vele smarten doorstoken. |
|
1TM 6:11 Gij daarentegen, o mens Gods, ontvlucht deze dingen, doch jaag
naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en
zachtzinnigheid. |
11 But thou, O man of God, flee these things; and follow after
righteousness, godliness, faith, love, patience, meekness. |
11 Maar gij, o mens Gods, vlied deze dingen; en jaag naar
gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaamheid,
zachtmoedigheid. |
|
1TM 6:12 Strijd de goede strijd des geloofs, grijp het eeuwige leven,
waartoe gij geroepen zijt en de goede belijdenis afgelegd hebt voor vele
getuigen. |
12 Fight the good fight of faith, lay hold on eternal life, whereunto
thou art also called, and hast professed a good profession before many
witnesses. |
12 Strijd den goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven,
tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt
voor vele getuigen. |
|
1TM 6:13 Ik beveel voor God, die alle leven wekt, en voor Christus
Jezus, die de goede belijdenis voor Pontius Pilatus betuigd heeft, |
13 I give thee charge in the sight of God, who quickeneth all things,
and [before] Christ Jesus, who before Pontius Pilate witnessed a good
confession; |
13 Ik beveel u voor God, Die alle ding levend maakt, en [voor] Christus
Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft, |
|
1TM 6:14 dat gij dit gebod onbevlekt en onberispelijk handhaaft tot de
verschijning van onze Here Jezus Christus, |
14 That thou keep [this] commandment without spot, unrebukeable, until
the appearing of our Lord Jesus Christ: |
14 Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt [en] onberispelijk, tot op de
verschijning van onzen Heere Jezus Christus; |
|
1TM 6:15 welke te zijner tijd de zalige en enige Heerser zal doen
aanschouwen, de Koning der koningen en de Here der Heren, |
15 Which in his times he shall shew, [who is] the blessed and only
Potentate, the King of kings, and Lord of lords; |
15 Welke te Zijner tijd vertonen zal de zalige en alleen machtige
Heere, de Koning der koningen, en Heere der heren; |
|
1TM 6:16 die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht
bewoont, die geen der mensen gezien heeft of zien kan. Hem zij eer en
eeuwige kracht! Amen. |
16 Who only hath immortality, dwelling in the light which no man can
approach unto; whom no man hath seen, nor can see: to whom [be] honour and
power everlasting. Amen. |
16 Die alleen onsterfelijkheid heeft, en een ontoegankelijk licht
bewoont; Denwelken geen mens gezien heeft, noch zien kan; Welken zij eer
en eeuwige kracht. Amen. |
|
1TM 6:17 Hun, die rijk zijn in de tegenwoordige wereld, moet gij
bevelen niet hooghartig te zijn, en hun hoop gevestigd te houden niet op
onzekere rijkdom, doch op God, die ons alles rijkelijk ten gebruike geeft, |
17 Charge them that are rich in this world, that they be not
highminded, nor trust in uncertain riches, but in the living God, who
giveth us richly all things to enjoy; |
17 Beveel den rijken in deze tegenwoordige wereld, dat zij niet
hoogmoedig zijn, noch [hun] hoop stellen op de ongestadigheid des
rijkdoms, maar op den levenden God, Die ons alle dingen rijkelijk
verleent, om te genieten; |
|
1TM 6:18 om wèl te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig en
mededeelzaam, |
18 That they do good, that they be rich in good works, ready to
distribute, willing to communicate; |
18 Dat zij weldadig zijn, rijk worden in goede werken, gaarne
mededelende zijn, [en] gemeenzaam; |
|
1TM 6:19 waardoor zij zich een vaste grondslag voor de toekomst
verzekeren om het ware leven te grijpen. |
19 Laying up in store for themselves a good foundation against the time
to come, that they may lay hold on eternal life. |
19 Leggende zichzelven weg tot een schat een goed fondament tegen het
toekomende, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen mogen. |
|
1TM 6:20 O Timoteüs, bewaar wat u is toevertrouwd, houd u buiten het
bereik van de onheilige, holle klanken en de tegenstellingen der ten
onrechte zo genoemde kennis. |
20 O Timothy, keep that which is committed to thy trust, avoiding
profane [and] vain babblings, and oppositions of science falsely so
called: |
20 O Timotheus, bewaar het pand [u] toebetrouwd, een afkeer hebbende
van het ongoddelijk ijdelroepen, en van de tegenstellingen der valselijk
genaamde wetenschap; |
|
1TM 6:21 Sommigen, die woordvoerders daarvan zijn, zijn het spoor des
geloofs bijster geraakt. De genade zij met ulieden. |
21 Which some professing have erred concerning the faith. Grace [be]
with thee. Amen. |
21 Dewelke sommigen voorgevende, zijn van het geloof afgeweken. De
genade zij met u. Amen. |
| |
[The first to Timothy was written from Laodicea, which is the chiefest
city of Phrygia Pacatiana.] |
|