1 Timotheüs

Back Home Next

 

KJDictionary 1 2 3 4 5 6

NBG 1951

KJV 1611

STATEN 1637

1TM 1:1 Paulus, een apostel van Christus Jezus naar de opdracht van God, onze Heiland, en van Christus Jezus, onze hoop,

1 Paul, an apostle of Jesus Christ by the commandment of God our Saviour, and Lord Jesus Christ, [which is] our hope;

1 Paulus, een apostel van Jezus Christus, naar het bevel van God, onzen Zaligmaker, en den Heere Jezus Christus, [Die] onze Hope [is],

1TM 1:2 aan Timoteüs, mijn waar kind in het geloof: genade, barmhartigheid en vrede zij u van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Here.

2 Unto Timothy, [my] own son in the faith: Grace, mercy, [and] peace, from God our Father and Jesus Christ our Lord.

2 Aan Timotheus, [mijn] oprechten zoon in het geloof; genade, barmhartigheid, vrede zij u van God, onzen Vader, en Christus Jezus, onzen Heere.

1TM 1:3 Doe, zoals ik u bij mijn reis naar Macedonië aangeraden heb: blijf nog te Efeze, om sommigen te bevelen geen andere leer te brengen,

3 As I besought thee to abide still at Ephesus, when I went into Macedonia, that thou mightest charge some that they teach no other doctrine,

3 Gelijk ik u vermaand heb, dat gij te Efeze zoudt blijven, als ik naar Macedonie reisde, [zo vermaan ik het u nog], opdat gij sommigen beveelt geen andere leer te leren;

1TM 1:4 noch zich bezig te houden met fabels en eindeloze geslachtsregisters, die veeleer moeilijkheden ten gevolge hebben dan door God gegeven leiding in het geloof.

4 Neither give heed to fables and endless genealogies, which minister questions, rather than godly edifying which is in faith: [so do].

4 Noch zich te begeven tot fabelen en oneindelijke geslachtsrekeningen, welke meer [twist] vragen voortbrengen dan stichting Gods, die in het geloof is.

1TM 1:5 En het doel van (alle) vermaning is liefde uit een rein hart, uit een goed geweten en een ongeveinsd geloof.

5 Now the end of the commandment is charity out of a pure heart, and [of] a good conscience, and [of] faith unfeigned:

5 Maar het einde des gebods is liefde uit een rein hart, en [uit] een goed geweten, en [uit] een ongeveinsd geloof.

1TM 1:6 Door dit spoor te verlaten zijn sommigen vervallen tot ijdel gepraat;

6 From which some having swerved have turned aside unto vain jangling;

6 Van dewelke sommigen afgeweken zijnde, zich gewend hebben tot ijdelspreking;

1TM 1:7 zij willen leraars der wet zijn, zonder ook maar te beseffen wat zij zeggen of waarover zij zo stellig spreken.

7 Desiring to be teachers of the law; understanding neither what they say, nor whereof they affirm.

7 Willende leraars der wet zijn, niet verstaande, noch wat zij zeggen, noch wat zij bevestigen.

1TM 1:8 Wij weten, dat de wet goed is, indien iemand haar wettig toepast,

8 But we know that the law [is] good, if a man use it lawfully;

8 Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt;

1TM 1:9 wel wetend, dat de wet niet gesteld is voor de rechtvaardige, maar voor wettelozen en tuchtelozen, voor goddelozen en zondaars, voor onverlaten en onheiligen, voor vadermoorders en moedermoorders en doodslagers,

9 Knowing this, that the law is not made for a righteous man, but for the lawless and disobedient, for the ungodly and for sinners, for unholy and profane, for murderers of fathers and murderers of mothers, for manslayers,

9 En hij dit weet, dat den rechtvaardigen de wet niet is gezet, maar den onrechtvaardigen en den halsstarrigen, den goddelozen en den zondaren, den onheiligen en den ongoddelijken, den vadermoorders en den moedermoorders, den doodslagers,

1TM 1:10 hoereerders, knapenschenders, zielverkopers, leugenaars, meinedigen, en al wat verder ingaat tegen de gezonde leer,

10 For whoremongers, for them that defile themselves with mankind, for menstealers, for liars, for perjured persons, and if there be any other thing that is contrary to sound doctrine;

10 Den hoereerders, dien, die bij mannen liggen, den mensendieven, den leugenaars, den meinedigen, en zo er iets anders tegen de gezonde leer is;

1TM 1:11 in overeenstemming met het evangelie der heerlijkheid van de zalige God, dat mij is toevertrouwd.

11 According to the glorious gospel of the blessed God, which was committed to my trust.

11 Naar het Evangelie der heerlijkheid des zaligen Gods, dat mij toebetrouwd is.

1TM 1:12 Ik breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft,

12 And I thank Christ Jesus our Lord, who hath enabled me, for that he counted me faithful, putting me into the ministry;

12 En ik dank Hem, Die mij bekrachtigd heeft, [namelijk] Christus Jezus, onzen Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, [mij] in de bediening gesteld hebbende;

1TM 1:13 hoewel ik vroeger een godslasteraar en een vervolger en een geweldenaar was. Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof, gedaan heb,

13 Who was before a blasphemer, and a persecutor, and injurious: but I obtained mercy, because I did [it] ignorantly in unbelief.

13 Die te voren een [gods] lasteraar was, en een vervolger, en een verdrukker; maar mij is barmhartigheid geschied, dewijl ik het ontwetende gedaan heb in [mijn] ongelovigheid.

1TM 1:14 en zeer overvloedig is de genade van onze Here geweest, met het geloof en de liefde in Christus Jezus.

14 And the grace of our Lord was exceeding abundant with faith and love which is in Christ Jesus.

14 Doch de genade onzes Heeren is zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus.

1TM 1:15 Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem.

15 This [is] a faithful saying, and worthy of all acceptation, that Christ Jesus came into the world to save sinners; of whom I am chief.

15 Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.

1TM 1:16 Maar hiertoe is mij ontferming bewezen, dat Jezus Christus in de eerste plaats in mij zijn ganse lankmoedigheid zou bewijzen tot een voorbeeld voor hen, die later op Hem zouden vertrouwen ten eeuwigen leven.

16 Howbeit for this cause I obtained mercy, that in me first Jesus Christ might shew forth all longsuffering, for a pattern to them which should hereafter believe on him to life everlasting.

16 Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al [Zijn] lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.

1TM 1:17 De Koning der eeuwen, de onvergankelijke, de onzienlijke, de enige God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen.

17 Now unto the King eternal, immortal, invisible, the only wise God, [be] honour and glory for ever and ever. Amen.

17 Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken, den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

1TM 1:18 Deze opdracht vertrouw ik u toe, mijn kind Timoteüs, overeenkomstig de profetieën, die vroeger aangaande u zijn uitgesproken, opdat gij, u daarnaar richtend, de goede strijd strijdt

18 This charge I commit unto thee, son Timothy, according to the prophecies which went before on thee, that thou by them mightest war a good warfare;

18 Dit gebod beveel ik u, [mijn] zoon Timotheus, dat gij naar de profetieen, die van u voorgegaan zijn, in dezelve den goeden strijd strijdt;

1TM 1:19 met geloof en met een goed geweten. Omdat sommigen dit hebben verworpen, heeft hun geloof schipbreuk geleden.

19 Holding faith, and a good conscience; which some having put away concerning faith have made shipwreck:

19 Houdende het geloof, en een goed geweten, hetwelk sommigen verstoten hebbende, van het geloof schipbreuk geleden hebben;

1TM 1:20 Tot hen behoren Hymeneüs en Alexander, die ik aan de satan heb overgegeven, opdat hun het lasteren worde afgeleerd.

20 Of whom is Hymenaeus and Alexander; whom I have delivered unto Satan, that they may learn not to blaspheme.

20 Onder welken is Hymeneus en Alexander, die ik den satan overgegeven heb, opdat zij zouden leren niet [meer] te lasteren.

1TM 2:1 Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen,

1 I exhort therefore, that, first of all, supplications, prayers, intercessions, [and] giving of thanks, be made for all men;

1 Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;

1TM 2:2 voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid.

2 For kings, and [for] all that are in authority; that we may lead a quiet and peaceable life in all godliness and honesty.

2 Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.

1TM 2:3 Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland,

3 For this [is] good and acceptable in the sight of God our Saviour;

3 Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker;

1TM 2:4 die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen.

4 Who will have all men to be saved, and to come unto the knowledge of the truth.

4 Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.

1TM 2:5 Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,

5 For [there is] one God, and one mediator between God and men, the man Christ Jesus;

5 Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;

1TM 2:6 die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd.

6 Who gave himself a ransom for all, to be testified in due time.

6 Die Zichzelven gegeven heeft [tot] een rantsoen voor allen, [zijnde] de getuigenis te zijner tijd;

1TM 2:7 En ik ben daartoe als een verkondiger en een apostel gesteld - ik spreek waarheid en geen leugen - als een leermeester der heidenen in geloof en waarheid.

7 Whereunto I am ordained a preacher, and an apostle, (I speak the truth in Christ, [and] lie not;) a teacher of the Gentiles in faith and verity.

7 Waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen, in geloof en waarheid.

1TM 2:8 Ik wil dan, dat de mannen op iedere plaats bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en twist.

8 I will therefore that men pray every where, lifting up holy hands, without wrath and doubting.

8 Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen, opheffende heilige handen, zonder toorn en twisting.

1TM 2:9 Evenzo, dat de vrouwen zich sieren met waardige klederdracht, zedig en ingetogen, niet met haarvlechten en goud of paarlen en kostbare kleding,

9 In like manner also, that women adorn themselves in modest apparel, with shamefacedness and sobriety; not with broided hair, or gold, or pearls, or costly array;

9 Desgelijks ook, dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid zichzelven versieren, niet in vlechtingen [des haars], of goud, of paarlen, of kostelijke kleding;

1TM 2:10 maar - zó immers betaamt het vrouwen, die voor haar godsvrucht uitkomen - door goede werken.

10 But (which becometh women professing godliness) with good works.

10 Maar (hetwelk de vrouwen betaamt, die de godvruchtigheid belijden) door goede werken.

1TM 2:11 Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten,

11 Let the woman learn in silence with all subjection.

11 Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid.

1TM 2:12 maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden.

12 But I suffer not a woman to teach, nor to usurp authority over the man, but to be in silence.

12 Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar [wil], dat zij in stilheid zij.

1TM 2:13 Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva.

13 For Adam was first formed, then Eve.

13 Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.

1TM 2:14 En Adam heeft zich niet laten verleiden, maar de vrouw is door de verleiding in overtreding gevallen;

14 And Adam was not deceived, but the woman being deceived was in the transgression.

14 En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest.

1TM 2:15 doch zij zal behouden worden, kinderen ter wereld brengende, indien zij blijft in geloof, liefde en heiliging, met ingetogenheid.

15 Notwithstanding she shall be saved in childbearing, if they continue in faith and charity and holiness with sobriety.

15 Doch zij zal zalig worden in kinderen te baren, zo zij blijft in het geloof, en liefde, en heiligmaking, met matigheid.

1TM 3:1 Dit is een betrouwbaar woord: indien iemand staat naar het opzienersambt, dan begeert hij een voortreffelijke taak.

1 This [is] a true saying, If a man desire the office of a bishop, he desireth a good work.

1 Dit is een getrouw woord: zo iemand tot eens opzieners ambt lust heeft, die begeert een treffelijk werk.

1TM 3:2 Een opziener dan moet zijn onbesproken, de man van één vrouw, nuchter, bezadigd, beschaafd, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen,

2 A bishop then must be blameless, the husband of one wife, vigilant, sober, of good behaviour, given to hospitality, apt to teach;

2 Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouwe man, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren;

1TM 3:3 niet aan de wijn verslaafd, niet opvliegend, maar vriendelijk, niet strijdlustig of geldzuchtig,

3 Not given to wine, no striker, not greedy of filthy lucre; but patient, not a brawler, not covetous;

3 Niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuilgewinzoeker; maar bescheiden, geen vechter, niet geldgierig.

1TM 3:4 een goed bestierder van zijn eigen huis, die met alle waardigheid zijn kinderen onder tucht houdt;

4 One that ruleth well his own house, having his children in subjection with all gravity;

4 Die zijn eigen huis wel regeert, [zijn] kinderen in onderdanigheid houdende, met alle stemmigheid;

1TM 3:5 indien echter iemand zijn eigen huis niet weet te bestieren, hoe zal hij voor de gemeente Gods zorgen?

5 (For if a man know not how to rule his own house, how shall he take care of the church of God?)

5 (Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?)

1TM 3:6 Hij mag niet een pas bekeerde zijn, opdat hij niet door opgeblazenheid in het oordeel des duivels valle.

6 Not a novice, lest being lifted up with pride he fall into the condemnation of the devil.

6 Geen nieuweling, opdat hij niet opgeblazen worde, en in het oordeel des duivels valle.

1TM 3:7 Hij moet ook gunstig bekend zijn bij de buitenstaanden, opdat hij niet in opspraak kome en in een strik des duivels valle.

7 Moreover he must have a good report of them which are without; lest he fall into reproach and the snare of the devil.

7 En hij moet ook een goede getuigenis hebben van degenen, die buiten zijn, opdat hij niet valle in smaadheid, en [in] den strik des duivels.

1TM 3:8 Evenzo moeten de diakenen waardig zijn, niet met twee tongen sprekende, niet verzot op veel wijn, niet op winstbejag uit,

8 Likewise [must] the deacons [be] grave, not doubletongued, not given to much wine, not greedy of filthy lucre;

8 De diakenen insgelijks [moeten] eerbaar [zijn], niet tweetongig, niet die zich tot veel wijns begeven, geen vuilgewinzoekers;

1TM 3:9 maar het geheimenis des geloofs bewarend in een rein geweten.

9 Holding the mystery of the faith in a pure conscience.

9 Houdende de verborgenheid des geloofs in een rein geweten.

1TM 3:10 Laten ook dezen eerst op de proef gesteld worden, om daarna, als zij onberispelijk blijken, hun dienst te vervullen.

10 And let these also first be proved; then let them use the office of a deacon, being [found] blameless.

10 En dat deze ook eerst beproefd worden, [en] dat zij daarna dienen, zo zij onbestraffelijk zijn.

1TM 3:11 Evenzo moeten (hun) vrouwen zijn: waardig, geen kwaadspreeksters, nuchter, betrouwbaar in alles.

11 Even so [must their] wives [be] grave, not slanderers, sober, faithful in all things.

11 De vrouwen insgelijks [moeten] eerbaar [zijn], geen lasteraarsters, wakker, getrouw in alles.

1TM 3:12 Diakenen moeten mannen van één vrouw zijn, hun kinderen en hun eigen huis goed bestieren.

12 Let the deacons be the husbands of one wife, ruling their children and their own houses well.

12 Dat de diakenen ener vrouwe mannen zijn, die [hun] kinderen en hun eigen huizen wel regeren.

1TM 3:13 Want zij, die hun dienst goed hebben vervuld, verwerven zich een ereplaats en veel vrijmoedigheid om te spreken door het geloof in Christus Jezus.

13 For they that have used the office of a deacon well purchase to themselves a good degree, and great boldness in the faith which is in Christ Jesus.

13 Want die wel gediend hebben, verkrijgen zichzelven een goeden opgang, en vele vrijmoedigheid in het geloof, hetwelk is in Christus Jezus.

1TM 3:14 Dit schrijf ik u, hoewel ik vrij spoedig tot u hoop te komen.

14 These things write I unto thee, hoping to come unto thee shortly:

14 Deze dingen schrijf ik u, hopende zeer haast tot u te komen;

1TM 3:15 Mocht ik nog uitblijven, dan weet gij, hoe men zich behoort te gedragen in het huis Gods, dat is de gemeente van de levende God, een pijler en fundament der waarheid.

15 But if I tarry long, that thou mayest know how thou oughtest to behave thyself in the house of God, which is the church of the living God, the pillar and ground of the truth.

15 Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de Gemeente des levenden Gods, een pilaar en vastigheid der waarheid.

1TM 3:16 En buiten twijfel, groot is het geheimenis der godsvrucht: Die Zich geopenbaard heeft in het vlees, is gerechtvaardigd door de Geest, is verschenen aan de engelen, is verkondigd onder de heidenen, geloofd in de wereld, opgenomen in heerlijkheid.

16 And without controversy great is the mystery of godliness: God was manifest in the flesh, justified in the Spirit, seen of angels, preached unto the Gentiles, believed on in the world, received up into glory.

16 En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.

1TM 4:1 Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen,

1 Now the Spirit speaketh expressly, that in the latter times some shall depart from the faith, giving heed to seducing spirits, and doctrines of devils;

1 Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen,

1TM 4:2 door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn,

2 Speaking lies in hypocrisy; having their conscience seared with a hot iron;

2 Door geveinsdheid der leugensprekers, hebbende hun eigen geweten [als] met een brandijzer toegeschroeid;

1TM 4:3 het huwelijk verbieden en het genot van spijzen, welke God toch geschapen heeft om met dankzegging te worden gebruikt door de gelovigen, die tot erkentenis der waarheid gekomen zijn.

3 Forbidding to marry, [and commanding] to abstain from meats, which God hath created to be received with thanksgiving of them which believe and know the truth.

3 Verbiedende te huwelijken, [gebiedende] van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging, voor de gelovigen, en die de waarheid hebben bekend.

1TM 4:4 Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets daarvan is verwerpelijk, als het met dankzegging aanvaard wordt:

4 For every creature of God [is] good, and nothing to be refused, if it be received with thanksgiving:

4 Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde;

1TM 4:5 want het wordt geheiligd door het woord Gods en door gebed.

5 For it is sanctified by the word of God and prayer.

5 Want het wordt geheiligd door het Woord van God, en [door] het gebed.

1TM 4:6 Als gij dit de broeders voorhoudt, zult gij een goed dienaar van Christus Jezus zijn, wèl onderlegd in de woorden des geloofs en der goede leer, die gij gevolgd zijt;

6 If thou put the brethren in remembrance of these things, thou shalt be a good minister of Jesus Christ, nourished up in the words of faith and of good doctrine, whereunto thou hast attained.

6 Als gij deze dingen den broederen voorstelt, zo zult gij een goed dienaar van Jezus Christus zijn, opgevoed in de woorden des geloofs en der goede leer, welke gij achtervolgd hebt.

1TM 4:7 maar wees afkerig van onheilige oudevrouwenpraat. Oefen u in de godsvrucht.

7 But refuse profane and old wives' fables, and exercise thyself [rather] unto godliness.

7 Maar verwerp de ongoddelijke en oudwijfse fabelen; en oefen uzelven tot godzaligheid.

1TM 4:8 Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst.

8 For bodily exercise profiteth little: but godliness is profitable unto all things, having promise of the life that now is, and of that which is to come.

8 Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut; maar de godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens.

1TM 4:9 Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard.

9 This [is] a faithful saying and worthy of all acceptation.

9 Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig.

1TM 4:10 Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanning, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Heiland is voor alle mensen, inzonderheid voor de gelovigen.

10 For therefore we both labour and suffer reproach, because we trust in the living God, who is the Saviour of all men, specially of those that believe.

10 Want hiertoe arbeiden wij ook, en worden versmaad, omdat wij gehoopt hebben op den levenden God, Die een Behouder is aller mensen, [maar] allermeest der gelovigen.

1TM 4:11 Beveel en leer dit.

11 These things command and teach.

11 Beveel deze dingen, en leer ze.

1TM 4:12 Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof en in reinheid.

12 Let no man despise thy youth; but be thou an example of the believers, in word, in conversation, in charity, in spirit, in faith, in purity.

12 Niemand verachte uw jonkheid, maar zijt een voorbeeld der gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in den geest, in geloof, in reinheid.

1TM 4:13 In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het voorlezen, het vermanen en het leren.

13 Till I come, give attendance to reading, to exhortation, to doctrine.

13 Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren, totdat ik kome.

1TM 4:14 Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een profetenwoord geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten.

14 Neglect not the gift that is in thee, which was given thee by prophecy, with the laying on of the hands of the presbytery.

14 Verzuim de gave niet, die in u is, die u gegeven is door de profetie, met oplegging der handen des ouderlingschaps.

1TM 4:15 Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen blijke, dat gij vooruitgaat.

15 Meditate upon these things; give thyself wholly to them; that thy profiting may appear to all.

15 Bedenk deze dingen, wees hierin [bezig], opdat uw toenemen openbaar zij in alles.

1TM 4:16 Zie toe op uzelf en op de leer, volhard in deze dingen; want door dit te doen zult gij zowel uzelf als hen, die u horen, behouden.

16 Take heed unto thyself, and unto the doctrine; continue in them: for in doing this thou shalt both save thyself, and them that hear thee.

16 Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen.

1TM 5:1 Word niet heftig tegen een oude man, maar vermaan hem als een vader; doe het jonge mannen als broeders,

1 Rebuke not an elder, but intreat [him] as a father; [and] the younger men as brethren;

1 Bestraf een ouden [man] niet hardelijk, maar vermaan [hem] als een vader; de jonge als broeders;

1TM 5:2 oude vrouwen als moeders, jonge vrouwen als zusters, in alle reinheid.

2 The elder women as mothers; the younger as sisters, with all purity.

2 De oude [vrouwen] als moeders; de jonge als zusters, in alle reinheid.

1TM 5:3 Houd als weduwen in ere, wie waarlijk weduwen zijn.

3 Honour widows that are widows indeed.

3 Eer de weduwen, die waarlijk weduwen zijn.

1TM 5:4 Maar indien een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, laten zij dan eerst aan eigen familie godsvrucht tonen en aan het vorig geslacht vergelden wat zij hun te danken hebben, want dit is welgevallig aan God.

4 But if any widow have children or nephews, let them learn first to shew piety at home, and to requite their parents: for that is good and acceptable before God.

4 Maar zo enige weduwe kinderen heeft, of kindskinderen, dat die leren eerst aan hun eigen huis godzaligheid oefenen, en den voorouderen wedervergelding te doen; want dat is goed en aangenaam voor God.

1TM 5:5 Een ware weduwe dan, die alleen staat, heeft haar hoop op God gevestigd en volhardt in haar smekingen en gebeden dag en nacht;

5 Now she that is a widow indeed, and desolate, trusteth in God, and continueth in supplications and prayers night and day.

5 Die nu waarlijk weduwe is, en alleen gelaten, die hoopt op God, en blijft in smekingen en gebeden nacht en dag.

1TM 5:6 doch zij, die een los leven leidt, is levend dood.

6 But she that liveth in pleasure is dead while she liveth.

6 Maar die haar wellust volgt, die is levende gestorven.

1TM 5:7 Ook deze dingen moet gij bevelen, opdat zij onberispelijk blijven.

7 And these things give in charge, that they may be blameless.

7 En beveel dit, opdat zij onberispelijk zijn.

1TM 5:8 Maar indien een vrouw voor de haren, en nog wel voor haar huisgenoten, niet zorgt, dan heeft zij haar geloof verloochend en is zij erger dan een ongelovige.

8 But if any provide not for his own, and specially for those of his own house, he hath denied the faith, and is worse than an infidel.

8 Doch zo iemand de zijnen, en voornamelijk [zijn] huisgenoten, niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een ongelovige.

1TM 5:9 Als weduwe kome in aanmerking iemand niet beneden de zestig jaren, die de vrouw geweest is van één man;

9 Let not a widow be taken into the number under threescore years old, having been the wife of one man,

9 Dat een weduwe gekozen worde niet minder dan van zestig jaren, welke eens mans vrouw geweest zij;

1TM 5:10 inzake goede werken moet van haar getuigd kunnen worden, dat zij kinderen grootgebracht heeft, gastvrijheid bewezen, de voeten der heiligen gewassen, verdrukten ondersteund en alle goed werk behartigd heeft.

10 Well reported of for good works; if she have brought up children, if she have lodged strangers, if she have washed the saints' feet, if she have relieved the afflicted, if she have diligently followed every good work.

10 Getuigenis hebbende van goede werken: zo zij kinderen opgevoed heeft, zo zij [gaarne] heeft geherbergd, zo zij der heiligen voeten heeft gewassen, zo zij den verdrukten genoegzame hulp gedaan heeft, zo zij alle goed werk nagetracht heeft.

1TM 5:11 Maar wijs jonge weduwen af, want wanneer de zinnen haar van Christus aftrekken, willen zij huwen,

11 But the younger widows refuse: for when they have begun to wax wanton against Christ, they will marry;

11 Maar neem de jonge weduwen niet aan; want als zij weelderig geworden zijn tegen Christus, zo willen zij huwelijken;

1TM 5:12 en halen een oordeel over zich, omdat zij haar eerste trouw hebben verzaakt.

12 Having damnation, because they have cast off their first faith.

12 Hebbende [haar] oordeel, omdat zij [haar] eerste geloof hebben te niet gedaan.

1TM 5:13 Maar tegelijk wennen zij zich eraan de huizen rond te gaan bij gebrek aan bezigheid, en niet alleen zonder bezigheid, maar ook bezig met praatjes en al te bezig met het spreken over onbehoorlijke dingen.

13 And withal they learn [to be] idle, wandering about from house to house; and not only idle, but tattlers also and busybodies, speaking things which they ought not.

13 En meteen ook leren zij ledig omgaan bij de huizen; en zijn niet alleen ledig, maar ook klapachtig, en ijdele dingen doende, sprekende, hetgeen niet betaamt.

1TM 5:14 Ik wil daarom, dat de jonge weduwen huwen, kinderen krijgen, haar huis bestieren, en niet door lasterpraat aan de tegenpartij vat op zich geven.

14 I will therefore that the younger women marry, bear children, guide the house, give none occasion to the adversary to speak reproachfully.

14 Ik wil dan, dat de jonge [weduwen] huwelijken, kinderen telen, het huis regeren, geen oorzaak van lastering aan de wederpartij geven.

1TM 5:15 Want reeds zijn sommigen afgeweken, de satan achterna.

15 For some are already turned aside after Satan.

15 Want enigen hebben zich alrede afgewend achter den satan.

1TM 5:16 Indien een gelovige vrouw weduwen bij zich heeft, laat zij die ondersteunen, zodat de gemeente er niet door bezwaard wordt; dan kan deze de werkelijke weduwen ondersteunen.

16 If any man or woman that believeth have widows, let them relieve them, and let not the church be charged; that it may relieve them that are widows indeed.

16 Zo enig gelovig [man], of gelovige [vrouw] weduwen heeft, dat die haar genoegzame hulp doe, en dat de Gemeente niet bezwaard worde, opdat zij degenen, die waarlijk weduwen zijn, genoegzame hulp doen moge.

1TM 5:17 De oudsten, die goede leiding geven, komt dubbel eerbewijs toe, vooral hun, die zich belasten met prediking en onderricht.

17 Let the elders that rule well be counted worthy of double honour, especially they who labour in the word and doctrine.

17 Dat de ouderlingen, die wel regeren, dubbele eer waardig geacht worden, voornamelijk die arbeiden in het Woord en de leer.

1TM 5:18 Immers, de Schrift zegt: Gij zult een dorsende os niet muilbanden, en: De arbeider is zijn loon waard.

18 For the scripture saith, Thou shalt not muzzle the ox that treadeth out the corn. And, The labourer [is] worthy of his reward.

18 Want de Schrift zegt: Een dorsenden os zult gij niet muilbanden; en: De arbeider is zijn loon waardig.

1TM 5:19 Gij moet geen klacht tegen een oudste aannemen, tenzij er twee of drie getuigen zijn.

19 Against an elder receive not an accusation, but before two or three witnesses.

19 Neem tegen een ouderling geen beschuldiging aan, anders dan onder twee of drie getuigen.

1TM 5:20 Wie in zonde leven, moet gij in aller tegenwoordigheid bestraffen, opdat ook de overigen ontzag hebben.

20 Them that sin rebuke before all, that others also may fear.

20 Bestraf die zondigen in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vreze mogen hebben.

1TM 5:21 Ik betuig u voor God en voor Christus Jezus en voor de uitverkoren engelen, dat gij daaraan de hand houdt, zonder vooroordeel en zonder iets te doen uit vooringenomenheid.

21 I charge [thee] before God, and the Lord Jesus Christ, and the elect angels, that thou observe these things without preferring one before another, doing nothing by partiality.

21 Ik betuig voor God, en den Heere Jezus Christus, en de uitverkoren engelen, dat gij deze dingen onderhoudt, zonder vooroordeel, niets doende naar toegenegenheid.

1TM 5:22 Leg niemand overijld de handen op, heb ook geen deel aan de zonden van anderen, houd u rein.

22 Lay hands suddenly on no man, neither be partaker of other men's sins: keep thyself pure.

22 Leg niemand haastelijk de handen op, en heb geen gemeenschap aan anderer zonden; bewaar uzelven rein.

1TM 5:23 Drink voortaan niet (alleen) water, maar gebruik een weinig wijn voor uw maag en voor uw gedurige ongesteldheden.

23 Drink no longer water, but use a little wine for thy stomach's sake and thine often infirmities.

23 Drink niet langer water [alleen], maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.

1TM 5:24 Van sommige mensen zijn de zonden zo duidelijk, dat zij voor hen uitgaan naar het gericht, bij anderen komen zij achteraan.

24 Some men's sins are open beforehand, going before to judgment; and some [men] they follow after.

24 Van sommige mensen zijn de zonden te voren openbaar, en gaan voor tot [hun] veroordeling; en in sommigen ook volgen zij na.

1TM 5:25 Zo zijn ook de goede werken aanstonds duidelijk, en die, waarmede het anders gesteld is, kunnen niet verborgen blijven.

25 Likewise also the good works [of some] are manifest beforehand; and they that are otherwise cannot be hid.

25 Desgelijks ook de goede werken zijn te voren openbaar, en daar het anders mede gelegen is, kunnen niet verborgen worden.

1TM 6:1 Allen, die onder een slavenjuk zijn, moeten hun meesters alle eer waardig achten, opdat de naam Gods en de leer geen smaad lijden.

1 Let as many servants as are under the yoke count their own masters worthy of all honour, that the name of God and [his] doctrine be not blasphemed.

1 De dienstknechten, zovelen als er onder het juk zijn, zullen hun heren alle eer waardig achten, opdat de Naam van God, en de leer niet gelasterd worde.

1TM 6:2 Zij, die gelovige meesters hebben, moeten hen niet geringschatten, omdat zij broeders zijn, doch des te betere slaven wezen, omdat (hun meesters) gelovigen en geliefden zijn, die zich beijveren wèl te doen. Leer en vermaan in deze zin.

2 And they that have believing masters, let them not despise [them], because they are brethren; but rather do [them] service, because they are faithful and beloved, partakers of the benefit. These things teach and exhort.

2 En die gelovige heren hebben, zullen hen niet verachten, omdat zij broeders zijn; maar zullen hen te meer dienen, omdat zij gelovig en geliefd zijn, als die deze weldaad mede deelachtig zijn. Leer en vermaan deze dingen.

1TM 6:3 Indien iemand een andere leer verkondigt en zich niet voegt naar de gezonde woorden van onze Here Jezus Christus en de leer der godsvrucht,

3 If any man teach otherwise, and consent not to wholesome words, [even] the words of our Lord Jesus Christ, and to the doctrine which is according to godliness;

3 Indien iemand een andere leer leert, en niet overeenkomt met de gezonde woorden van onzen Heere Jezus Christus, en met de leer, die naar de godzaligheid is,

1TM 6:4 dan is hij opgeblazen, hoewel hij niets weet, en heeft hij een zwak voor geschillen en haarkloverijen, een bron van nijd, twist, lasteringen, kwade vermoedens,

4 He is proud, knowing nothing, but doting about questions and strifes of words, whereof cometh envy, strife, railings, evil surmisings,

4 Die is opgeblazen, en weet niets, maar hij raast omtrent [twist] vragen en woordenstrijd; uit welke komt nijd, twist, lasteringen, kwade nadenkingen.

1TM 6:5 en geharrewar bij mensen die niet helder meer zijn van denken en het spoor der waarheid bijster geraakt zijn, daar zij de godsvrucht als iets winstgevends beschouwen.

5 Perverse disputings of men of corrupt minds, and destitute of the truth, supposing that gain is godliness: from such withdraw thyself.

5 Verkeerde krakelingen van mensen, die een verdorven verstand hebben, en van de waarheid beroofd zijn, menende, dat de godzaligheid een gewin zij. Wijk af van dezulken.

1TM 6:6 Nu brengt inderdaad de godsvrucht grote winst, (indien zij gepaard gaat) met tevredenheid.

6 But godliness with contentment is great gain.

6 Doch de godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging.

1TM 6:7 Want wij hebben niets op de wereld medegebracht; wij kunnen er ook niets uit medenemen.

7 For we brought nothing into [this] world, [and it is] certain we can carry nothing out.

7 Want wij hebben niets in de wereld gebracht, het is openbaar, dat wij ook niet kunnen iets daaruit dragen.

1TM 6:8 Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn.

8 And having food and raiment let us be therewith content.

8 Maar als wij voedsel en deksel hebben, wij zullen daarmede vergenoegd zijn.

1TM 6:9 Maar wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang.

9 But they that will be rich fall into temptation and a snare, and [into] many foolish and hurtful lusts, which drown men in destruction and perdition.

9 Doch die rijk willen worden, vallen in verzoeking, en [in] den strik, en [in] vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke de mensen doen verzinken in verderf en ondergang.

1TM 6:10 Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door daarnaar te haken zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord.

10 For the love of money is the root of all evil: which while some coveted after, they have erred from the faith, and pierced themselves through with many sorrows.

10 Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad, tot welke sommigen lust hebbende zijn afgedwaald van het geloof, en hebben zichzelven met vele smarten doorstoken.

1TM 6:11 Gij daarentegen, o mens Gods, ontvlucht deze dingen, doch jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid.

11 But thou, O man of God, flee these things; and follow after righteousness, godliness, faith, love, patience, meekness.

11 Maar gij, o mens Gods, vlied deze dingen; en jaag naar gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid.

1TM 6:12 Strijd de goede strijd des geloofs, grijp het eeuwige leven, waartoe gij geroepen zijt en de goede belijdenis afgelegd hebt voor vele getuigen.

12 Fight the good fight of faith, lay hold on eternal life, whereunto thou art also called, and hast professed a good profession before many witnesses.

12 Strijd den goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen.

1TM 6:13 Ik beveel voor God, die alle leven wekt, en voor Christus Jezus, die de goede belijdenis voor Pontius Pilatus betuigd heeft,

13 I give thee charge in the sight of God, who quickeneth all things, and [before] Christ Jesus, who before Pontius Pilate witnessed a good confession;

13 Ik beveel u voor God, Die alle ding levend maakt, en [voor] Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft,

1TM 6:14 dat gij dit gebod onbevlekt en onberispelijk handhaaft tot de verschijning van onze Here Jezus Christus,

14 That thou keep [this] commandment without spot, unrebukeable, until the appearing of our Lord Jesus Christ:

14 Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt [en] onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus;

1TM 6:15 welke te zijner tijd de zalige en enige Heerser zal doen aanschouwen, de Koning der koningen en de Here der Heren,

15 Which in his times he shall shew, [who is] the blessed and only Potentate, the King of kings, and Lord of lords;

15 Welke te Zijner tijd vertonen zal de zalige en alleen machtige Heere, de Koning der koningen, en Heere der heren;

1TM 6:16 die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont, die geen der mensen gezien heeft of zien kan. Hem zij eer en eeuwige kracht! Amen.

16 Who only hath immortality, dwelling in the light which no man can approach unto; whom no man hath seen, nor can see: to whom [be] honour and power everlasting. Amen.

16 Die alleen onsterfelijkheid heeft, en een ontoegankelijk licht bewoont; Denwelken geen mens gezien heeft, noch zien kan; Welken zij eer en eeuwige kracht. Amen.

1TM 6:17 Hun, die rijk zijn in de tegenwoordige wereld, moet gij bevelen niet hooghartig te zijn, en hun hoop gevestigd te houden niet op onzekere rijkdom, doch op God, die ons alles rijkelijk ten gebruike geeft,

17 Charge them that are rich in this world, that they be not highminded, nor trust in uncertain riches, but in the living God, who giveth us richly all things to enjoy;

17 Beveel den rijken in deze tegenwoordige wereld, dat zij niet hoogmoedig zijn, noch [hun] hoop stellen op de ongestadigheid des rijkdoms, maar op den levenden God, Die ons alle dingen rijkelijk verleent, om te genieten;

1TM 6:18 om wèl te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig en mededeelzaam,

18 That they do good, that they be rich in good works, ready to distribute, willing to communicate;

18 Dat zij weldadig zijn, rijk worden in goede werken, gaarne mededelende zijn, [en] gemeenzaam;

1TM 6:19 waardoor zij zich een vaste grondslag voor de toekomst verzekeren om het ware leven te grijpen.

19 Laying up in store for themselves a good foundation against the time to come, that they may lay hold on eternal life.

19 Leggende zichzelven weg tot een schat een goed fondament tegen het toekomende, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen mogen.

1TM 6:20 O Timoteüs, bewaar wat u is toevertrouwd, houd u buiten het bereik van de onheilige, holle klanken en de tegenstellingen der ten onrechte zo genoemde kennis.

20 O Timothy, keep that which is committed to thy trust, avoiding profane [and] vain babblings, and oppositions of science falsely so called:

20 O Timotheus, bewaar het pand [u] toebetrouwd, een afkeer hebbende van het ongoddelijk ijdelroepen, en van de tegenstellingen der valselijk genaamde wetenschap;

1TM 6:21 Sommigen, die woordvoerders daarvan zijn, zijn het spoor des geloofs bijster geraakt. De genade zij met ulieden.

21 Which some professing have erred concerning the faith. Grace [be] with thee. Amen.

21 Dewelke sommigen voorgevende, zijn van het geloof afgeweken. De genade zij met u. Amen.

 

[The first to Timothy was written from Laodicea, which is the chiefest city of Phrygia Pacatiana.]